26 apr. 2012

‘Ik begrijp hem gewoon niet’

Een van de grootste –vaak onuitgesproken- frustraties van leerkrachten over hoogbegaafde kinderen is: “Ik begrijp hem gewoon niet.” Het is als leerkracht soms erg moeilijk om je in een hoogbegaafd kind te verplaatsen.  En dat bedoel ik niet didactisch gezien (alhoewel… goed onderwerp voor een volgend blog!), maar juist op persoonlijk niveau.

Wat maakt dat nou zo ingewikkeld? En hoe kun je je nou zo goed mogelijk verplaatsen in dit kind? Ik kan je daar geen kant en klaar antwoord op geven. Maar met onderstaande tips en overdenkingen kom je misschien al een heel eind. Of op z’n minst een stapje verder.
Gemiddeld
Het gemiddelde IQ van de bevolking is 100. En zoals alle mensen verschillen in lengte, verschillen mensen ook in intelligentie.  Het overgrote deel van de bevolking heeft een IQ tussen de 85 en de 115. Even kort door de bocht: beneden de 80 spreken we zwakbegaafd, boven de 130 over hoogbegaafd. Eigenlijk is dit cijfer lastig te interpreteren, want er spelen veel meer factoren mee bij begaafdheid. Maar ik noem het toch om je iets duidelijk te kunnen maken.

IQ-schaal van Wechsler
Even hypothetisch
Ik ga er even vanuit dat jij, lezer, normaal begaafd bent. -puur hypothetisch natuurlijk, je scoort vást hoger ;) - Je bent een keurig, supergemiddeld persoon met een IQ van 100. Je kunt je dan vast voorstellen dat een zwakbegaafde met een IQ van 60 een totaal andere beleving heeft van deze wereld dan jij. Probeer je eens het zelfbewustzijn van deze zwakbegaafde persoon voor te stellen. Je zult bedenken dat de zwakbegaafde minder signalen  die door andere mensen worden uitgezonden, binnenkrijgen. Hij krijgt minder mee van wat andere mensen zeggen, wat ze bedoelen, en daar begrijpt hij ook nog eens minder van dan jij. Ook zal de zwakbegaafde alles op een veel langzamer tempo begrijpen. En wat dacht je van zijn wil om iets te bereiken in het leven?

Nu andersom
Nu nemen we een hoogbegaafde met een IQ 140. Dat is in hoogbegaafdheidsland een redelijk gemiddelde, en wijkt net zoveel af van de 100 als het vorige voorbeeld. Probeer nu eens alle punten uit de vorige alinea andersom te denken. Hoe zou het zijn als je juist álle signalen uit je omgeving zou opvangen (bewust en onbewust)? En als je die ook nog eens op allerlei manier kunt interpreteren? Wat als je een enorme drive hebt om iets te bereiken of om iets te creëren? En je omgeving begrijpt dat niet? Wat als je alles direct snapt, je ergens niet over na hoeft te denken, terwijl je klasgenoten én je leraar daar wel tijd voor nodig heeft?

Onzeker
Het zijn maar een paar puntjes waardoor hoogbegaafde kinderen (en volwassenen, denk ook aan de ouders!) vreselijk onzeker kunnen worden. Want bedenk: deze kinderen weten niet dat ze zoveel afwijken van het gemiddelde! Ze zullen zich afvragen wat er mis is met hen. Niet zelden voelen deze kinderen zich daardoor juist dom. Vergelijk het eens met dit: Jij, Gemiddelde Nederlander, bent tussen een groep zwakbegaafden opgegroeid, zonder dat jou verteld is dat jij anders bent. Je zou misschien wel voelen dat je anders bent, maar zou dat als kind niet snappen. Dan ga je toch vreselijk aan jezelf twijfelen?

Bedenk dit eens als je de volgende keer het moeilijk vindt om begrip, geduld of inzicht op te brengen voor het hoogbegaafde kind in je klas. Of als je hem gewoon niet begrijpt. Ik hoop dat je er dan iets aan hebt. En let op: het hoogbegaafde kind heeft geen extra of speciale aandacht nodig, maar wel de juiste. En dan kom je al een heel eind.

Ik zal er hier nog vaker op terugkomen. Mocht je een vraag of opmerking hebben, dan lees ik die hieronder graag!

Opmerking 1: ik begrijp heel goed dat niet álle vergelijkingen tussen zwakbegaafd en hoogbegaafd te maken zijn, maar het kan helpen om inzicht en begrip te krijgen in/voor je hoogbegaafde leerlingen.
Opmerking 2: Overal waar 'hij' staat, kan ook 'zij' staan, en andersom.

22 apr. 2012

Hoogbegaafdheid is hot?

Hoeveel meer- en hoogbegaafden heb jij in je klas? Eentje, of misschien wel twee? Schrik niet, maar gemiddeld zitten er in elke klas 2 tot 4 meer- en hoogbegaafden. Hoe zit dat bij jou? Heb je moeite om ze te herkennen? Dat is niet zo gek, want niet elke meer- of hoogbegaafde heeft een bril, hoge scores op de LVS, en weet alles van het heelal. Sterker nog: elke (hoog)begaafde is uniek. Dat maakt het zo ontzettend lastig om ze te herkennen!

Herken jij de hoogbegaafde?
Lijsten met kenmerken van hoogbegaafdheid zijn er in overvloed. Goede lijsten zijn deze, deze of deze. Wanneer een kind hoogbegaafd is, dan herken je vaak veel van zijn gedrag in deze lijsten. Maar andersom, om een kind te ontdekken aan de hand van zo’n lijst, is erg ingewikkeld!
Veel van die lijsten gaan voornamelijk uit van maar één soort hoogbegaafde leerling. Deze leerling is herkenbaar aan zijn vele vragen, hoge schoolresultaten en houterige motoriek, om maar eens wat clichés te noemen. Natuurlijk bestaan deze leerlingen. Maar in jouw klas kan wel eens een “onzichtbare” hoogbegaafde zitten. Onderzoekers Betts&Neihard hebben zes types hoogbegaafden neergezet, waartussen een kind overigens ook nog wel eens kan schommelen. Deze types geven je al meer inzicht en houvast. Ik zal ze hieronder kort omschrijven. (let op, waar 'hij' staat kan uiteraard ook 'zij' staan, en andersom)


1. De ‘succesvolle’ leerling haalt op school voldoende/goede resultaten, is perfectionistisch ingesteld en stelt zich afhankelijk van de leerkracht op. Het woord succesvol staat hier dan ook bewust tussen aanhalingstekens. Het kind is eigenlijk continue bezig om aan de verwachtingen van anderen te voldoen.
Voor jou als leerkracht is dit op het eerste oog een prima leerling: voldoende resultaten en vaak sociaal goed (aangepast) sociaal gedrag. Maar in werkelijkheid presteert dit kind (ver) onder haar eigen niveau. Wanneer je deze leerling niet stimuleert om uitdagingen aan te gaan, zal zij faalangstig worden en geen leerstrategieën leren. Hierdoor zal deze leerling onherroepelijk een keer in school, studie of werk gaan vastlopen.

2. De uitdagende leerling is creatief, heeft bijzondere ideeën en een sterke eigen mening. Hij ziet veel details, bijvoorbeeld wanneer iemand (ook jij als leerkracht!) zich niet aan de regels houdt. Hij is vaak eerlijk, competitief en direct, ook wanneer het niet uitkomt.
Zo kan deze leerling dan brutaal overkomen, of jou flink bezighouden met druk, clownesk of provocerend gedrag. Hij kan ook erg wisselend gedrag laten zien, en heeft weinig controle over zichzelf. Deze leerling moet uitgedaagd worden omdat hij jou anders (steeds meer) zal blijven uitdagen.



3. De onderduikende leerling wil vooral niet opvallen. Hij vermijdt uitdagingen en is erg onzeker en faalangstig. Deze leerling heeft ergens het idee opgedaan dat hoge prestaties en sociale acceptatie niet kunnen samengaan. De leerling heeft eigenlijk geen eigen doelen en weet niet wat hij wil. Dit is ook terug te zien in vriendschappen.
Dit zijn ook bij uitstek de leerlingen die buik- of hoofdpijnklachten krijgen en wanneer deze leerling niet goed begeleid wordt, bestaat er kans op depressie of zelfs totale onderwijs-drop-out .

4. De drop-out is een creatieve en zeer gevoelige leerling, die weinig tot geen zin (meer) heeft in school. In zijn vrije tijd kan hij wel erg betrokken zijn bij zijn interesses. Hij is een absolute onderpresteerder, wat betekent dat hij onder het klassengemiddelde presteert. Deze leerling heeft een bijzonder laag zelfbeeld en bekritiseert zichzelf, anderen en situaties.
Op de basisschool komen deze types misschien minder vaak voor, maar je kent vast wel een voorbeeld uit het voortgezet onderwijs. Zonder effectieve begeleiding is de kans groot dat deze leerling in de toekomst zonder diploma school verlaat.



5. De dubbel gelabelde leerling is hoogbegaafd én heeft een ‘label’ als adhd, pdd-nos, dyslexie, asperger, odd, etc. Soms is zo'n label terecht, maar het komt ook regelmatig voor dat hoogbegaafden een label krijgen door kenmerken die door hun hoogbegaafdheid worden veroorzaakt, en niet door de stoornis. Een misdiagnose dus.
Óf: deze leerling heeft wel een leerprobleem, maar door de compensatie van zijn hoge iq wordt dit probleem, zoals dyslexie, niet herkend. Denk je hier mee te maken te hebben, schakel dan gespecialiseerde hulp in.

6. De zelfstandige leerling lijkt de ideale hoogbegaafde leerling. Hij werkt zelfstandig en netjes, heeft goede vaardigheden ontwikkeld, zowel in het leren als sociaal. Toch moet ook deze leerling goed begeleid worden. Geef hem de mogelijkheid om zoveel te leren als hij wil.

Hoe zit dat in jouw klas?
In ons huidige kleuteronderwijs wordt ongeveer 15% van de hoogbegaafde kinderen ontdekt. En dat is gewoon te weinig. Zeker als je in de genoemde profielen leest dat een flinke groep hoogbegaafden zich aanpast, of een verkeerd label opgeplakt krijgt. Wist je dat een onderduikende leerling zich binnen 5 weken helemaal kan aanpassen aan het onderwijs en niets meer van zijn begaafdheid zal laten zien? Signaleren zou je daarom het best zo vroeg mogelijk moeten doen, bijvoorbeeld bij de instroming op de basisschool. Hiervoor bestaan signaleringslijsten, maar ook in het eerste intakegesprek met de ouders over de ontwikkeling van het kind kom je al veel te weten. Mits je de juiste vragen stelt. Momenteel herkennen we aan het einde van de basisschool ongeveer 55% van de hoogbegaafden. Help je mee om ze over een paar jaar allemaal te vinden? Dan kunnen we pas écht zeggen: hoogbegaafdheid is hot!

Laat je reactie hieronder weten. Ik hoor graag hoe jij er over denkt!

Nog meer websites met bruikbare informatie:
Deze blog verscheen eerder op de onderwijscommunity Montessorinet en op Daltonnet. Mail me als je hiervoor wilt worden uitgenodigd.