13 mei 2012

Motivatie en prestatie, en hoe je mindset daaraan bijdraagt

Vraagje: Een slimme leerling uit je klas heeft helemaal niet geleerd voor zijn toets. Hij haalt een 9. Hoe reageer je?
Veel leerkrachten zullen de leerlingen prijzen voor zijn goede cijfer. Weinigen zullen zeggen: ‘Eigenlijk heb je dit niet verdiend’. Toch zal deze laatste reactie uiteindelijk meer bijdragen aan goede prestaties van de leerling dan de eerste. Wil je weten hoe dat kan? Lees dan verder over de eenvoudige, maar zeer boeiende Mindset-theorie.

Carol Dweck heeft meer dan 30 jaar onderzoek gedaan naar zelfbeeld en motivatie bij prestaties. Ze toonde overtuigend aan dat de manier waarop mensen –ook kinderen- reageren op een moeilijke taak, wordt bepaald door hun mindset. Dit is de manier waarop je denkt over - in dit geval- intelligentie. Ook ontdekte ze dat deze mindset wordt veroorzaakt door de manier waarop leerkrachten en ouders omgaan met kinderen. Dit heeft al invloed op heel jonge leeftijd.

Ze heeft deze theorie uitgelegd in het boek Mindset. Waarom zijn kinderen al dan niet succesvol in hun prestaties? En hoe kun je motivatieproblemen en faalangst buiten de deur houden? Het boek was voor mij persoonlijk een openbaring. Het heeft mijn opvatting over mijn eigen ontwikkeling totaal veranderd. En ook in de opvoeding van mijn kinderen ben ik veel anders gaan aanpakken.

In het kort
Er bestaan twee type mindsets: de vastliggende mindset (fixed mindset) en de groeimindset (growth mindset). Deze twee mindsets kijken op een verschillende manier tegen intelligentie en kwaliteiten aan. Ze hebben vervolgens elk een andere uitwerking op het leveren van prestaties.


1. Vastliggende mindset
Iemand met deze mindset beschouwt zijn intelligentie en kwaliteiten als een vaststaand feit. Een beetje het geval: ik ben een dubbeltje en word nooit een kwartje. Een slim kind met deze mindset, zal prestaties doen enkel en alleen om te bewijzen dat hij inderdaad zo slim is. Niet omdat hij graag wil leren. Hij zal daardoor moeilijke taken niet zo snel aanpakken, omdat die wel eens zouden kunnen mislukken. En dat zou bewijzen dat hij toch niet zo’n slimmerd is. Hij pakt dus liever een makkelijke taak die hij goed kan volbrengen. Sterker nog: het idee dat hij hard zou moeten werken voor een moeilijke taak, dat hij het niet in één keer zou kunnen, betekent al een mislukking voor hem. Hij vermijdt zo'n taak daarom. Dan kan hij niet door de mand vallen. Zie je het woord faalangst al boven zijn hoofd verschijnen?
Je ontwikkelt deze mindset door veel kritiek of complimenten te krijgen over je zijn: “Wat goed van je, je bent een slimmerd!” “Tom is echt de slimste van de klas.” Of over je prestaties, zoals “Heel goed gedaan!”, terwijl je er weinig moeite voor had gedaan. Hoogbegaafde kinderen hebben vaker een fixed mindset dan normaal intelligente kinderen. Zij krijgen vaker te horen dat ze slim zijn, of merken dat gewoon in hun dagelijkse doen. Het is een sluipmoordenaar voor hun prestaties, want de faalangst kan hun potentie behoorlijk lam leggen.

2. Op groei gerichte mindset
Iemand met de groeimindset denkt over intelligentie als iets wat je kunt ontwikkelen. Zijn idee: als je ergens moeite voor doet, dan kun je daar slimmer, wijzer, sneller van worden. Deze mensen hebben daardoor veel plezier in het aanpakken van moeilijke taken en geven aan te leren van hun fouten. Ze kunnen goed omgaan met kritiek en complimenten en leren daar van.
Een groeimindset ontwikkel je door kritiek of complimenten te krijgen over het proces: “Je hebt je lang kunnen concentreren bij deze taak. Hoe is je dat gelukt?” Of over de geleverde inzet: “Wat heb jij hard gewerkt! Je mag trots zijn op je inzet.” Ook is het belangrijk dat je telkens gewezen wordt op het feit dat je intelligentie niet belangrijk is, maar op je inzet en het plezier om iets nieuws te leren.

Anders doen dus!
Leerkrachten willen onzekere kinderen graag veel positieve feedback geven. Dat lijkt ze meer zelfvertrouwen te geven. Maar zinnen als "Je kan het! Wat ben jij toch slim!" zullen volgens Dweck dus niet het gewenste resultaat bereiken. Sterker nog, ze zijn schadelijk voor het zelfvertrouwen en verminderen de kans op succes bij het kind. Gelukkig zou je met een andere soort feedback de kinderen wel kunnen ontwikkelen tot succesvolle doorzetters.

Tips voor een groeimindset
  1. Geef telkens aan hoe belangrijk inspanning is om iets te bereiken. Dit doe je door het leerproces te bespreken, niet het resultaat. Laat een leerling zien hoe hij vooruit gaat door zijn inspanning. Maak dit eventueel visueel. “Eerst las je deze tekst in 3 minuten. Je hebt hem nu drie keer geoefend. Je leest de tekst nu in 2 minuten. Heeft het oefenen geholpen, denk je?”
  2. Daag een leerling met een vastliggende mindset uit om risico’s te nemen. Zeg daarbij dat het resultaat of netheid van het werk niet belangrijk is, maar dat het gaat om het durven aangaan van de moeilijke taak. Prijs hem ook alleen om die inzet.
  3. Leer je leerlingen om zichzelf te evalueren. Als een kind een goede inspanning heeft gedaan, laat het kind dan ervaren wat het resultaat is. Een positieve ervaring kan vervolgens gebruikt worden om in de toekomst aan te refereren. “Weet je nog dat je veel geoefend had met lezen? Je ging toen flink vooruit. Door te oefenen kun je jezelf met rekenen ook verbeteren.”
  4. Geef weinig beloningen. Geef alleen een beloning bij gedrag of inzet dat je nog niet eerder beloond hebt. Ditzelfde geldt voor complimenten. Belangrijker is dat je je leerling intrinsieke beloning van een taak leert zien. Dus niet: “Ik ben trots op je”, maar: “Je mag trots op jezelf zijn!”
  5. Zet in op het aanleren van vaardigheden. Leg hier de nadruk op en geef minder aandacht aan de prestaties. Dit klinkt eng, maar de prestaties zullen vanzelf meegroeien met de inzet van je leerling!
  6. Geef voorbeelden van bekende mensen die topprestaties leveren. Lionel Messi was niet van de ene op de andere dag een topvoetballer. Hij heeft jarenlang keihard getraind om de beste voetballer te worden. Thomas Edison heeft niet in zijn eentje in een donkere nacht de gloeilamp uitgevonden. Hij deed daar tientallen jaren over, samen met zijn team van 25 personen. Zo krijgen je leerlingen een realistisch beeld van prestaties: als je ergens hard voor werkt, kun je dat bereiken. En dan heb je daar nog plezier in ook!
  7. Neem je eigen mindset onder de loep. Dweck: "Goede leraren geloven in ontwikkeling van intelligentie en talent en ze zijn gefascineerd door het leerproces." Geloof jij als leerkracht dat je niet meer hoeft te leren? Of leer je elke dag van je leerlingen en gebruik je je werk om jezelf te ontwikkelen?
Meer weten?
Er valt nog vreselijk veel meer te vertellen over deze mindset. Als je er nog meer over wilt weten, dan kun je op onderstaande links meer informatie vinden. Of het goed leesbare boek van Dweck verslinden. Ook geef ik aan leerkrachten en ouders de workshop Mindset, waarin je in 1 of 2 uur ondergedompeld wordt in de Mindset-theorie. En dat is niet alleen interessant voor je leerlingen, je leert ook nog eens veel over je mindset in je relatie, je werkomgeving (je baas!) en vooral: over jezelf!

Wat zou jij doen?
Denk nu nog eens aan de leerling uit de eerste alinea. Je snapt vast dat de eerste reactie niet bijdraagt aan succesvolle prestaties. De tweede reactie is uiteraard ook niet vriendelijk, maar kan wel vriendelijk verwoord worden. Ik zou pleiten voor een reactie als “Wat jammer voor je. Je hebt wel een negen, maar je hebt niets nieuws opgestoken!” Wat zou jij nu zeggen?

Overige links

1 mei 2012

Passend onderwijs voor begaafde leerlingen

Soms heb je dat. Je hebt een boek nog niet gelezen, maar je weet al bij voorbaat dat het goed is.

In dit specifieke geval heb ik het over de opvolger van ‘Professioneel omgaan met hoogbegaafde leerlingen in het basisonderwijs’: PASSEND ONDERWIJSVOOR BEGAAFDE LEERLINGEN De auteurs zijn Sylvia Drent  en Eleonoor van Gerven  

Passend onderwijs. Passend voor wie?
Bij het begrip ‘passend onderwijs’ moet ik telkens weer denken aan de grote onderwijsstaking van dit jaar.  Het begrip kwam me m’n keel uit, want ik vroeg me af voor wie het onderwijs werkelijk passend moest zijn. Voor de leerlingen in ons onderwijs of voor de onderwijsbegroting van de minister? Ik had zo mijn idee...
Ondanks mijn weerstand bij het begrip ‘passend onderwijs’, raad ik je dus aan om dit boek te lezen. Het lijkt vol te staan met praktische handvatten in een oplossingsgericht en positief daglicht. Ik ben benieuwd. Mijn bevindingen kom ik hier zeker nog melden!

Wil je nog verder lezen in hoogbegaafdheid en onderwijs? Dan heb ik nog deze tips voor je:
  • Hoogbegaafd, als je kind (g)een Einstein is. Auteur: Tessa Kieboom.  Een all-round basisboek over hoogbegaafdheid van ca. 4-18 jaar. 
  • Gewoon begaafd? Auteur: Sonja Hoving-Huizing. Een boek met praktijkverhalen over hoogbegaafde kinderen. Aan de hand van deze verhalen herken je waarschijnlijk eerder een hoogbegaafd kind in je klas.
  • De begeleiding van hoogbegaafde kinderen. Auteur: James Webb. Een goed en informatief boek, soms wel wat taai geschreven. 
  • Jij kan beter! Auteur: Tessa Kieboom. Een pas verschenen en zeer informatief boek over onderpresterende kinderen.  Op deze video vind je een interview met de auteur over dit boek.