30 okt. 2012

Waar wil jij meer over weten?


De afgelopen week heeft deze blog een enorm stijgend aantal lezers gekregen. Daar ben ik ontzettend dankbaar voor! Want hoe meer mensen iets van hoogbegaafdheid afweten, hoe beter onderwijs we aan getalenteerde leerlingen kunnen geven.

Via Twitter en andere kanalen heb ik gevraagd naar onderwerpen waar jullie graag iets over willen weten. Zo vroeg iemand me te schrijven over hoogbegaafdheid in combinatie met stoornissen zoals adhd of autisme. Een ander vroeg me te schrijven over het belang van vroege signalering en hoe je dat kunt aanpakken. Dus daar kun je in de komende tijd wel iets over verwachten hier.

Heb jij ook een onderwerp waar je meer van wilt weten? Of heb je een vraag? Laat het hieronder dan weten. Ik zal er met plezier een blog aan proberen te wijden!

Dank voor de fijne reacties en blijf talent ondersteunen!

Groet,
Lonneke

28 okt. 2012

Het monstertje dat Faalangst heet

Hoogbegaafde kinderen hebben vaker dan gemiddeld last van faalangst. Hoe komt dat? En wat doe je eraan? Hieronder een korte weergave van het fenomeen FAALANGST, een monstertje dat aan motivatie en prestatie knabbelt.


bron: www.foksuk.nl

De wie-wat-waar's

In groep 8 heeft ongeveer 1 op de 10 leerlingen last van enige mate van faalangst. Best veel, vind ik. In het VO wordt die verhouding nog groter. Veel hoogbegaafde kinderen hebben last van enige mate van faalangst. Maar wat is dat nou eigenlijk precies?
Faalangst bestaat op cognitief vlak: angst om fouten te maken bij leerwerk of toetsen, op sociaal vlak: angst om voor een groep te spreken of op iemand af te stappen, en op motorisch vlak: angst om te verlammen.

Aan sommige kinderen (en volwassenen) zie je duidelijk dat ze er last van hebben; ze gaan zweten, krijgen buikpijn, krijgen een rood hoofd of moeten telkens naar de wc. Ook kennen we allemaal het beeld van een verlegen kind dat het liefst zich terugtrekt. Maar er bestaan ook andere uitingsvormen van faalangst. Het kind dat zich gaat overschreeuwen, agressief gedrag vertoont of de clown uithangt. Zij proberen met dit gedrag hun faalangst te bedekken, wat vaak –voor henzelf- zogenaamd effectief is. Hun gedrag voorkomt falen op het gevreesde gebied, hun gedrag wordt door de leerkracht of groep afgekeurd, waarmee zij de negatieve bevestiging krijgen van hun slechte zelfbeeld. Een negatieve spiraal is geboren.

"Ik kan dat toch niet"

Want een negatief zelfbeeld ligt namelijk ten grondslag aan faalangst. Succeservaringen worden toegeschreven aan externe factoren (“de toets was makkelijk” “de juf had het goed uitgelegd”), falen aan zichzelf (“ik kan dat gewoon niet”). Hierdoor hebben ze grote moeite om complimenten te aanvaarden. Ze vinden eenvoudigweg dat ze die niet verdienen!

Faalangst bij hoogbegaafde kinderen ontstaat meestal doordat zij van jongs af aan veel succeservaringen hebben, maar weinig ervaring met falen. Al heel jonge hoogbegaafden (zelfs van 2 of 3 jaar) ervaren dat het meeste dat ze proberen gelijk lukt. Wanneer zo'n leerling weinig uitdaging krijgt, zal het eenvoudigweg niet leren om te gaan met falen! Je kunt je vast voorstellen dat wanneer het kind dan wél eens tegen een fout aan loopt, de schrik groot is en daar angstig van wordt.

Een omgeving (thuis en/of school) waarin veel nadruk wordt gelegd op prestatie, en niet op je inzet is daarbij desastreus. Hierover kun je meer lezen in mijn blog over mindset. Als er in je omgeving veel aandacht is voor wat gelukt is, maar niet voor de weg naar dat succes, zal een kind leren dat je iets gelijk moet kunnen, zonder daarvoor te werken. En als een kind dan ook nog perfectionistische neigingen heeft, ligt faalangst niet op de loer, maar is het een monstertje dat zijn prestaties en inzet langzaam zal opvreten.

Actieve of passieve faalangst

Een faalangstig kind kan er (onbewust) voor kiezen om keihard te werken, zodat het de meeste kans van slagen heeft. Hij haalt soms ook resultaten die boven verwachting zijn. Eigenlijk werkt hij harder dan nodig is: actieve faalangst. Hierdoor kunnen vervelende klachten zoals stress (buikpijn, zere nek, etc) ontstaan.

Andere leerlingen stoppen met zich in te spannen (ook onbewust natuurlijk) omdat “het toch geen zin heeft": passieve faalangst. Ze ‘vergeten’ hun toets, of worden ziek. Ze stellen hun leren maar uit en uit, totdat het te laat is. Wat vervolgens het negatieve zelfbeeld weer bevestigt. Dit gedrag lijkt dus op een motivatieprobleem, maar komt voort uit faalangst!


Deze faalangstladder kwam ik tegen op internet. Ondanks flink speurwerk kan ik de bron niet achterhalen. Ik heb de poster in het Nederlands vertaald. Het kan een leerling inzicht geven in de stappen naar succes. Print 'm uit en hang 'm in je klas!

Wat kun je doen?

Faalangst verdwijnt vrijwel nooit vanzelf. Het bestaat bij gratie van gedachtegangen waarvan een kind zich niet bewust is en deze kunnen hem een heel leven blijven achtervolgen. Wanneer je een kind ziet worstelen met faalangst, trek dan aan de bel en zorg:
  • dat het kind goede begeleiding krijgt. Veel SBD’s bieden trainingen aan waarin kinderen leren om ‘helpende gedachten’ te gebruiken. Natuurlijk bestaan er ook particuliere trainingen. Kijk hierbij goed naar de behoefte van het hoogbegaafde kind. Wat past bij hem/haar?
  • daarnaast voor een leeromgeving waarin fouten maken een groot onderdeel is van leren.
  • dat je de juiste complimenten geeft.
  • dat de leerstof niet te makkelijk én niet te moeilijk is. Hierbij is een goed didactisch onderzoek noodzakelijk en de nodige doses fingerspitzengefühl. Maak ook gebruik van interesses van het kind.
Wil je nog meer weten? Heb je ook een goede tip? Wil je iets anders kwijt? Laat het dan hieronder weten, want ik vind het leuk (en leerzaam) om je reactie te lezen!

24 okt. 2012

Hoe daag je AL je leerlingen uit?


(en dus ook die begaafde leerlingen?)

Heb jij je wel eens afgevraagd of je alles uit je leerlingen haalt? Of hoe je goede vragen stelt waarover je leerlingen flink moeten nadenken? Weet je niet of het lesmateriaal je leerling voldoende uitdaagt?

Verdiep je dan (nog) eens in de taxonomie van Bloom. Dit is een systematische weergave van belangrijke denkvaardigheden. Door je lessen volgens deze ordening vorm te geven, kun je al je leerlingen uitdagen om op hun beste niveau te presteren.



taxonomie Bloom, hoogbegaafdheidHet model in het kort

Bloom verdeelt de cognitieve vaardigheden op in zes verschillende niveaus. De indeling loopt van makkelijk naar moeilijk. En een hoger niveau betekent telkens dat het lagere niveau al wordt beheerst. De onderste drie vaardigheden worden ook wel het lagere-orde denken genoemd: onthouden, inzicht/begrijpen, toepassen. Het gaat om het reproduceren van informatie: Wat is de hoofdstad van Noorwegen? Waarom bestaat er dag en nacht?
De bovenste drie vaardigheden zijn van hoger niveau: analyseren, evalueren en creëren. Hier gaat het om produceren van nieuwe ideeën: Ontwerp een plattegrond voor je droomspeeltuin. Vergelijk de meningen van deze kinderen. 

Het ligt misschien voor de hand, maar meer- en hoogbegaafde kinderen kun je vooral uitdagen door de hogere denkvaardigheden te gebruiken. Door in je les alle zes de lagen toe te passen, daag je min of meer elke leerling uit om op zijn eigen niveau te kunnen denken.


De lagere denkniveaus

Onthouden is een basisvaardigheid die uiteraard belangrijk is. Pas als je de nodige kennis in huis hebt, kun je stijgen naar de hogere denkniveaus. De tweede stap is begrijpen van de informatie. Een leerling weet betekenis te geven aan de informatie. Wanneer dit begrip aanwezig is, kan een leerling informatie gaan toepassen in nieuwe situaties.

Deze denkvaardigheden komen veelvuldig in ons onderwijs voor. Sla maar eens een geschiedenisboek open, dan zal je het zien. Het zijn belangrijke vaardigheden, maar voor veel meer- en hoogbegaafde kinderen niet uitdagend genoeg. Om ze ergens hun tanden in te laten zetten, zal je moeilijkere happen moeten geven.
Creëren: Maak een film over de gevolgen van pesten.

De hogere denkniveaus

Bij het analyseren moet een leerling de informatie opdelen in verschillende onderdelen. En bij het evalueren zal hij aan die informatieonderdelen waarde moeten geven. Tenslotte zal hij bij het creëren alle vaardigheden moeten combineren om tot iets nieuws te komen.

Deze hogere denkvaardigheden worden lang niet altijd in lessen aan leerlingen gevraagd. Voor sommige leerlingen is dat geen probleem, zij hebben voldoende uitdaging aan de eerste drie vaardigheden. Voor meer- en hoogbegaafde leerlingen zijn deze hogere denkvaardigheden echter noodzakelijk brood. Zonder deze vaardigheden blijven ze honger hebben. Een honger naar leren. En daar kunnen ze soms heel naar van worden. 

Dus…

Wanneer je, in elke les die je geeft, de bovenstaande denkniveaus weet te verwerken, zorg je ervoor dat elke leerling voldoende uitdaging kan vinden. Om iets verder in de materie te duiken wil ik je dit document aanraden; het geeft diepere uitleg, geeft voorbeelden en handreikingen. Lees het en daag  je leerlingen uit. Vul je lessen met Bloom en AL je leerlingen zullen opbloeien!


P.S. Hier vind je wellicht de mooiste weergave van het model van Bloom met voorbeelden. Beweeg met je muis over de vakjes!

10 okt. 2012

5 okt. 2012

Leerstrategieën voor de hoogbegaafde leerling


Als jouw hoogbegaafde leerling een opdracht foutloos heeft gemaakt (resultaat), heeft hij dan ook geleerd HOE hij de opdracht moest aanpakken (proces)? Dit is voor een hoogbegaafde vaak niet zo vanzelfsprekend.

Deze video is zo helder dat ik het niet in woorden ga uitleggen! Neem even 20 minuten de tijd om deze informatie in je op te nemen en vervolgens tot je door te laten dringen.