22 nov. 2013

Meer dan superslim, deel 3: het samenspel

Klik voor vergroting
(In mijn vorige twee blogs kon je lezen over de kenmerken die je bij een hoogbegaafd kind kan waarnemen. In deel 1 ging het over de binnenwereld van de hoogbegaafde. In deel 2 ging het over het contact met de buitenwereld. Dit alles is gebaseerd op het Delphi-model Hoogbegaafdheid, een model met zijnskenmerken dat ik persoonlijk het meest vind aansluiten bij de zichtbare praktijk.)

Nu gaan we echt beginnen!

Een hoogbegaafd kind is een autonome denker met een rijk gevoelsleven. Hij is nieuwsgierig van aard, een scherp waarnemer en wil graag dingen creëren. Tot zover heb je kunnen lezen in mijn vorige blogs.

Er zijn ook enkele losse bijvoeglijk naamwoorden die erg bij hoogbegaafde kinderen passen. Deze woorden kun je als een doorzichtige deken leggen over al die woorden uit het model. Ze versterken die woorden daarmee enorm. Daarover gaat dit deel 3:



Snel

Hoogbegaafde kinderen zijn snel. Dat is een bekend kenmerk. Ze denken snel, voelen snel, leggen snel verbanden. Ze hebben daarom veel minder behoefte aan herhaling, zijn dus ook sneller verveeld. Het snelle kan soms erg zichtbaar zijn; kinderen die heel snel praten of druk bewegen. Maar soms speelt dit snelle zich volledig af in het hoofd en zie je aan de buitenkant geen drukte. Dit is verschillend per kind.
 

Creatief

Bij creatief wordt nog vaak gedacht aan kunstzinnig. Er zijn hoogbegaafde kinderen die heel sterk zijn op dit kunstzinnige vlak, maar dat is niet specifiek wat hier bedoeld wordt. Het gaat om creatief in de brede zin van het woord. Hoogbegaafde kinderen zijn creatieve denkers, ze denken anders dan andere kinderen. Daardoor komen ze soms op heel andere oplossingen van opdrachten of hebben sterke ideeën die afwijken van de gangbare ideeën. Voor deze kinderen is het belangrijk dat er voor deze creativiteit ruimte is, bijv. binnen het lesprogramma. Maar ook is het belangrijk dat deze kinderen het gevoel krijgen dat ze in hun interactie met de omgeving gewaardeerd worden om deze eigenschap. Nog te vaak kom ik leerkrachten tegen die zo'n eigenwijs (want zo ziet het er vaak uit) kind maar lastig vinden...terwijl het een fantastische eigenschap is. Je moet er alleen wel voor openstaan.

Voorbeelden:
J. (7)  kan heel moeilijk stil zitten, roept vaak voor haar beurt en heeft al een oplossing voor een probleem, voordat andere kinderen er over hebben kunnen nadenken. J. lijkt impulsief, dat klopt. Het zijn ADHD-achtige kenmerken. Maar haar gedrag komt voort uit haar ontzettend creatieve brein, dat bij elke geringste input alweer een idee verzint of een oplossing aandraagt. J. kan dit maar moeilijk onderdrukken. Haar moeder noemt haar wel eens gekscherend een "wandelende ideeëngenerator". Gelukkig krijgt ze op school veel ruimte om haar ideeën op te schrijven en te tekenen. Of ze werkt aan probleemgestuurde opdrachten. Daar kan ze haar grote creativiteit in kwijt.
 
N. (11) is ontzettend kritisch naar haar omgeving. Wanneer haar leerkracht iets zegt, trekt ze dat bijna onmiddellijk in twijfel als ze daar aanleiding toe ziet. Haar brein denkt aan zoveel opties tegelijk, dat ze regelmatig meer opties ziet dan haar volwassene medemens. Haar leerkracht weet dat N. op deze manier denkt. Daarom hebben ze samen afgesproken dat N. haar kritiek mag uiten op een respectvolle manier, maar ze weet ook dat dit niet op ieder moment gewenst is. Ze schrijft het dan op een papiertje en legt het na de les voor aan de leerkracht. Daar komen dan soms prachtige discussies uit voort. N. geniet van deze momenten.
 

Complex

Hoogbegaafde kinderen denken vaak niet in de simpelste weg. Ze houden ervan om vraagstukken van meerdere kanten te belichten. Om kritisch te denken. Dit zijn echter niet de manieren van denken die in de meeste klassen gebruikt worden. Veel van alle opdrachten op school zijn reproductieve opdrachten. Dit vereist lagere denkvaardigheden. De hogere denkvaardigheden kun je stimuleren door complexere opdrachten te geven. Lees maar eens deze blog over de taxonomie van Bloom.
 
 
Voorbeelden:
K. (9) is hoogbegaafd getest. Maar op zijn Citotoets haalde hij een B. De leerkracht heeft met hem zijn foute antwoorden doorgenomen om te kijken waar het probleem zat. Bij de opgave hiernaast had K. antwoord C ingevuld. De leerkracht vroeg hoe hij tot dat antwoord gekomen was. "Nou, om precies genoeg te hebben moet je 1250 gram rijst hebben. Maar iedereen morst wel eens een keer, of misschien valt er wel een bord om. Of iemand heeft erge honger vandaag. Dan is het handiger om iets meer te maken. Dus dan is antwoord C het beste."
Tja, is C nu echt fout?

L. (9) is erg perfectionistisch. Ze kan door haar scherpe waarneming, haar snelle, creatieve denken goed begrijpen hoe iets in elkaar steekt. Door haar complexe denken begrijpt ze de verwachtingen van haar ouders, leerkracht en medeleerlingen ook erg goed. Dit samen maakt dat zij alleen voor het allerbeste eindresultaat gaat. In deze blog kan je een voorbeeld lezen hoe zich dat uit.

Intens

Een heel kenmerkende eigenschap van hoogbegaafde kinderen dat alles wat ze denken en doen veel intenser is. Het voelen is intens, de behoefte aan autonomie is intens, de manier van uiten is intens, etc.  
 
Voorbeelden:
Bij R. (5) zijn al zijn emoties vanaf zijn geboorte intens. Als baby huilde hij hartverscheurend, maar als hij blij was, gaf hij bijna licht van plezier. Pijn, plezier, verdriet...zijn beleving is enorm sterk. Dit is voor iedereen zichtbaar. Sommige mensen vinden hem een aansteller.
 
N. (6) kan heel snel personen scannen met wie ze maken krijgt. Op een intense manier voelt zij aan of zij iets aan de persoon heeft die ze voor zich heeft. Ze voelt (of ziet, dat weten we niet) zelfs een kleur bij mensen. Een juf die haar niet begrijpt is helemaal zwart. Een juf die haar goed aanvoelt is paars.
 
P. (7) heeft, net als heel veel andere hoogbegaafden, een heel sterk rechtvaardigheidsgevoel. Hij doorziet situaties erg snel en grondig en kan begrijpen dat sommige dingen in de wereld heel onrechtvaardig zijn. Gedreven als P. is, heeft hij daarom een brief geschreven naar de burgemeester: "In de speeltuin in de andere buurt staan veel meer speeltoestellen dan in mijn buurt. En dat terwijl er in mijn buurt veel meer kinderen wonen. En de oudere mensen in de andere buurt hebben last van de herrie van de speeltuin. Kunt u dit niet eerlijker verdelen?"
 

Conclusie:

Creativiteit, snelheid, complexiteit en intensiteit zijn eigenschappen die bij veel hoogbegaafde kinderen zichtbaar zijn en als een versterker werken voor hun denken en doen. Het is verstandig om hiermee rekening te houden en het kind te leren dat het deze eigenschappen bezit en hoe hij daarmee verstandig om kan gaan.
 
Meer weten of hulp nodig? Neem dan contact met mij op.
Heb je meer voorbeelden? Ik vind het heel leuk als je die hieronder achter laat. Ook andere reacties zijn van harte welkom!
 

25 okt. 2013

Méér dan superslim, deel 2: in contact met anderen

Klik voor vergroting
In  deel 1 van deze drieluik over het Delphimodel schreef ik over de binnenwereld van een hoogbegaafd kind. Over het diepgaande denken, het rijke voelen en het sterke willen.

In deel 2 wil ik ingaan op de specifieke manier waarop hoogbegaafde kinderen zich uiten. Op hoe ze interactie hebben met hun omgeving. De drie werkwoorden die daarmee specifiek te maken hebben, zijn WILLEN, DOEN en WAARNEMEN.

Door de stippellijn die in het model staat, wordt duidelijk dat het meeste van deze werkwoorden voor een buitenstaander nauwelijks zichtbaar is. Maar als je begrijpt wat de werkwoorden voor een hoogbegaafd kind inhouden, dan kun je veel meer van zijn zichtbare gedrag goed interpreteren.

Contact met anderen


Willen

Hoogbegaafde kinderen hebben meestal een zeer sterke wil. Dit komt voort uit hun sterke gevoel voor autonomie, uit hun snelle denken en hun rijke gevoel (zie blog deel 1). Wanneer ze iets hebben bedacht (denken), er erg enthousiast voor zijn (voelen), en dat graag zélf willen ontdekken (autonomie), dan ontstaat er een grote gedrevenheid. Ze kunnen daardoor onbegrensd nieuwsgierig zijn. En daardoor leren ze dan weer heel veel.

Misschien herken je dit aspect niet bij een kind in je omgeving. Dat kan. Sommige kinderen zijn, door een niet-passend ontwikkelingsaanbod of een niet-passende opvoeding, gestopt met willen. Ze hebben geen ruimte gekregen voor hun sterke denkvermogen, of kregen niet de autonomie die ze nodig hadden en zijn passief geworden. Merk je dat dit het geval is bij een leerling, dan is het noodzakelijk om het vuurtje weer aan te wakkeren. Probeer uit te zoeken waar het kind warm van wordt en ga daarmee met het kind aan de slag.

Voorbeelden:
A. (bijna 4) komt voor het eerst op school om te wennen. Hij stormt de klas binnen en gaat als een tornado in de rondte langs al het speelgoed en materiaal. Zijn gedrevenheid en nieuwsgierigheid is letterlijk ontembaar. Daarmee overdondert hij de kinderen in de klas, die vervolgens niet met hem willen spelen. Daar is hij op zijn beurt dan weer intens verdrietig over.

D (3,5) hoort dat haar grote broer en zus op school de kleuren in het Spaans leren. Zij besluit dat zij niet kan achterblijven. Met behulp van een app op een tablet leert zij alle kleuren uit haar hoofd. En vraagt haar moeder om de kleuren in het Nederlands op te noemen, zodat zij ze in het Spaans kan opnoemen. Zodra ze ze kent, verzucht ze: "Yes. Dan ga ik nu alle dieren leren!", en huppelt weer naar de computer.

Doen

Een ander kenmerk dat typisch is voor deze kinderen is de sterke drang om van hun ideeën iets te maken, iets te creëren. Je kunt het zien als een uiting van al de werkwoorden die in het Delphimodel hieraan vooraf gaan.

Een meisje (9) dat heel begaan was met het lot van arme kinderen in Afrika, zette een heel systeem op om deze te helpen. Haar systeem haalde duizenden euro's op. Een jongen (14) die gegrepen was door goochelen, oefende dag en nacht en zette prachtige, ingewikkelde trucs in elkaar. Een meisje (10) dat zich tijdens schooltijd stierlijk verveelde, bedacht in haar hoofd complete films, met dialogen, cameraposities, kostumering enz. Dit laatste was niet zichtbaar voor de buitenwereld, maar voor haar zelf waren dit heel levendige, bestaande films.

De drang om iets neer te zetten heeft te maken met iets waar dit kind zelf interesse in toont. Helaas is niet dit lang niet altijd het schoolwerk waar jij als leerkracht (of ouder) graag inzet voor ziet. Ook kan het zijn dat een kind geen uiting geeft aan deze creatiedrang. Dit heeft dan vaak te maken met het gebrek aan motivatie, zoals hierboven bij WILLEN is omschreven.

Waarnemen

Kazimir Dabrowski bedacht de
Theory of Positive Disintegration.
Hoogbegaafde kinderen zijn in staat om zeer gedetailleerd waar te nemen. Ze zijn zeer gevoelig voor allerlei prikkels van buitenaf. Soms zelfs ronduit overgevoelig. En hoe sterker die overgevoeligheid is, hoe sneller een kind daardoor in problemen kán komen. De Poolse psychiater Dabrowski heeft een theorie gemaakt over deze 'overexcitabilities'. Op deze site wordt dit helder uitgelegd. Je vindt er ook enkele handreikingen.

Je kunt je misschien wel voorstellen dat in bijv. een gesprek een zwakbegaafd kind niet zoveel subtiele signalen zal oppikken omdat het daar niet van bewust is. Voor een hoogbegaafd kind geldt dit de andere kant op: het is in staat heel veel signalen op te pakken, meer dan je je misschien kunt voorstellen. Deze signalen kunnen op allerlei gebieden zijn: zintuigelijk, emotioneel, intellectueel, motorisch, spiritueel. Het kan zijn dat een kind op één gebied een overgevoeligheid laat zien, maar ook op meerdere vlakken.

Voorbeelden:
J. is nu 6, maar kruipt haar hele leventje al achter de bank zodra er in een film of tv-serie emoties getoond worden. Zodra een prinsesje verliefd wordt, of een heks kwaad is, duikt zij weg, niet in staat om met deze sterk binnenkomende emoties om te gaan.

G. (8) is intellectueel erg snel geprikkeld. Zodra hij iets nieuws ziet of hoort, wil hij er alles over weten. Hij draaft dan, in de ogen van de juf, nogal door en is nauwelijks te stoppen!

D. (7) veert bij elk geluid in zijn omgeving op. Hij slaat zijn handen voor zijn oren bij elk hard geluid. Concentreren lukt hem nauwelijks, ook niet wanneer er gefluisterd wordt. Sinds hij een koptelefoon gebruikt in de klas gaat het een beetje beter. Maar het liefst werkt hij helemaal alleen in het kamertje van de directeur.

I. (4) voelt precies aan wat de juf van haar wil. Zonder dat de juf dat zegt. Omdat ze erg houdt van harmonie, past ze zich naadloos aan de situatie aan. Is de juf moe? Dan is ze de helpende hand. Is de juf geïrriteerd? Dan probeert ze de ruzie van de jongens te sussen. Is de juf vrolijk? Dan doet I. uitbundig vrolijk mee. Voor juf misschien een voorbeeldig kind, maar I. is dagelijks uitgeput van dit aanpassingsgedrag.

Conclusie

Een hoogbegaafd kind is een autonome denker die erg gedreven en nieuwsgierig is. Hij wil daar graag uiting aan geven door iets te scheppen, te creëren. Iets neer te zetten.
Allerlei soorten prikkels uit zijn omgeving vangt uit uitgebreid op. En door zijn hoge gevoeligheid is dit een katalysator voor zijn binnenwereld. De pijlen in het model laten heel duidelijk zien dat dit een continue proces is.

Het is daarom erg belangrijk om een hoogbegaafd kind inzicht te geven in deze werking van zijn wezen. En handreikingen om met deze continue stroom van prikkels, gedachten, uitdagingen en gevoelens om te gaan.

De volgende keer: de 4 overkoepelende factoren

In het volgende en laatste deel van deze drieluik, behandel ik de 4 factoren die overkoepelend voorkomen bij dit hele proces: intensiteit, snelheid, complexiteit en creativiteit. Hou deze blog dus in de gaten, of abonneer je hierop linksboven aan de pagina!

Heb je mooie praktijkvoorbeelden? Of heb je er iets anders over te zeggen? Ik vind het leuk als je hier een reactie achter laat!

11 okt. 2013

Méér dan superslim, deel 1: de binnenwereld

Heel vaak krijg ik de vraag: wat is hoogbegaafdheid nou precies? Veel leerkrachten vinden het lastig om te doorgronden wat een hoogbegaafd kind zo anders maakt dan gemiddeld. Ja, het is heel slim. Dat klopt. Maar verder?

Al eens eerder schreef ik een blog met de vergelijking met een glas water. Kortweg komt dat verhaal er op neer dat wanneer een kind heel veel slimmer is dan de rest, deze niet alleen op het intellectuele vlak anders is, maar ook op andere vlakken anders in elkaar steekt. Wanneer je deze aspecten in kinderen kunt zien, kun je ook beter tegemoet komen aan de leerbehoefte van deze leerlingen.

Meer dan superslim

Een mooie weergave van die anders-zijn- aspecten vind je in het Delphimodel Hoogbegaafdheid. In dit model zie je 3 onderdelen:
  1. de binnenwereld van de hoogbegaafde (hoogbegaafde)
  2. de interactie met zijn omgeving (maatschappij)
  3. het samenspel van karaktereigenschappen die veel invloed hebben op die interactie en het binnenleven. (samenspel)
In deze blog zal ik het eerste onderdeel verder uitdiepen. In volgende blogs komen de andere onderdelen aan bod.


De binnenwereld


Denken:

Vrijwel iedereen weet dat een hoogbegaafd kind grote intellectuele vermogens heeft. Het ene hoogbegaafde kind kan al heel vroeg lezen, een ander kan al vroeg met constructiemateriaal complexe bouwwerken maken. Heel veel hoogbegaafde kinderen hebben een heel grote woordenschat.

Toch zijn er ook hoogbegaafde kinderen die dit niet zo laten zien aan de buitenwereld. Ze denken/dromen veel en lijken soms wat teruggetrokken. En soms komt er dan ineens een heel doordachte vraag of een mooie gedachtensprong.
Veel hoogbegaafden zijn kritische denkers, die er plezier in hebben om over complexe vraagstukken na te denken. Kinderen doen dit vaak onbewust.

Voorbeeld:
J. (4,5) heeft het totaal niet naar haar zin op school: "Mama, als alles niet meer zou bestaan, de weg niet, de vogels niet, de straat niet...zou school dan ook niet meer bestaan? Want dan mag het wel afgelopen zijn van mij."
 
R. (5) kan niet slapen: "Ik denk aan zoveel leuke dingen in mijn hoofd dat mijn lijf aan het feestvieren is."
 

Zijn:

Een ander kenmerkend aspect van een hoogbegaafde is de grote behoefte aan autonomie. Dit is de drang om zelf te kunnen bepalen en de noodzaak tot zelfbeschikking. Een peuter heeft bijvoorbeeld grote drang om zelf te bepalen wat ze aan wil trekken. Of om zelf te bepalen waarmee hij zich wil vermaken. Een groter kind kan de sterke behoefte hebben om zijn eigen leerstof te kiezen. Of kan erg slecht tegen autoriteit. Dit kan dan nogal brutaal overkomen. Maar wanneer je dit kind wat ruimte geeft voor deze autonomie, zal het al snel veel prettiger in de omgang worden.

Voorbeeld:
De leerkracht zegt tegen kleuter K. dat ze even haar winterjas aan moet doen. Zegt K. met haar handen strijdlustig in haar zij: "Nee juf! Ik bepaal zelf wel wat ik wil!"
 
Ik had eens een gesprek met een hoogbegaafd jongetje dat verzuchtte: "Ik moet de hele tijd van alles. Ik moet rekenen. En dat is saai. Ik moet taal doen. Dat is nóg saaier. De juf vraagt nóóit wat IK wil. Ik wil namelijk alles leren over de zee. Echt alles. Over de dieren en de planten. En hoe de zeeën heten en ..." het werd steeds uitvoeriger en enthousiaster, totdat hij verzucht: "Maar ja. Dat mág dus niet hè? Terwijl ik het zo graag wil leren!"

Voelen:

Veel hoogbegaafde kinderen hebben van binnen een heel rijk en breed gevoelsleven. Het lijkt alsof alles bij dit kind sterker aanwezig is. Je zou bijna kunnen stellen dat het bewustzijnsniveau van deze kinderen sterker is dan normaal. Waardoor ze een dieper en rijker gevoelsleven krijgen. Om je dit voor te stellen, helpt het soms om de andere kant op te denken. Je kunt je waarschijnlijk best voorstellen dat een kind dat zwakbegaafd is, een lager bewustzijnsniveau heeft over zijn gevoelens. Het heeft minder goed door wat er in hem omgaat. Zo kun je je misschien ook voorstellen dat het bij een hoogbegaafd kind de andere kant op werkt. Zo'n kind heeft meestal hier een sterker bewustzijn voor.

Voorbeeld:
D (9) ziet een reportage op tv over kinderen in hongersnood. Ze werd er intens verdrietig van en zapte verder. Haar moeder wijst haar erop dat ze dit doet. Zegt D: "Zeg, ik ben nog maar een kind. Hier hoef ik nog niet mee geconfronteerd te worden."

F (6) wordt belaagd door een jongen uit zijn groepje. Hij deed helemaal niks, maar de leerkracht heeft dat niet gezien. Ze krijgen allebei straf. F. vindt dit zo onrechtvaardig en gemeen, dat hij besluit de leerkracht helemaal te negeren. Pas dagen later, wanneer de leerkracht zijn excuses heeft aangeboden, gaat F. langzaamaan weer normaal tegen hem doen.

Samenwerking

De pijlen tussen het denken, het voelen en het zijn, maken dat deze onderdelen elkaar kunnen versterken. De behoefte autonomie kan bijvoorbeeld erg worden versterkt, wanneer een kind zich onrechtvaardig behandeld voelt.
Ook kunnen de aspecten elkaar naar beneden halen. Wanneer een kind zich niet goed voelt (bijv. door pesten), zullen de andere aspecten ook minder duidelijk naar voren kunnen komen.


De volgende keer: de interactie met de omgeving.


Heb je mooie praktijkvoorbeelden? Of heb je er iets anders over te zeggen? Ik vind het leuk als je hier een reactie achter laat!


24 aug. 2013

Facebook

Mijn bedrijf Start Voor Talent is nu ook op Facebook te volgen!

Klik op deze link en mis voortaan geen enkele blog meer. En lees leuke of laatste nieuwtjes over hoogbegaafdheid en talentontwikkeling.
 

13 aug. 2013

Visie op onderwijs voor (hoog)begaafde leerlingen

Vanuit mijn bedrijf Start Voor Talent help ik scholen in hun traject naar goed onderwijs voor (hoog)begaafde leerlingen. Één van de eerste vragen die ik een school dan stel is:

Wat is je visie op talentvolle kinderen?



Het klinkt als een inkoppertje, maar het is een essentieel onderdeel van het traject. De basis. Hoe kijk je tegen deze kinderen aan? Wat wil je eigenlijk met deze kinderen bereiken? En waarom? Om dit goed op papier te zetten, geef ik je hier enkele vragen en suggesties. Je kunt deze gebruiken om je visie op te stellen en zo een stap te maken naar goed onderwijs voor de 'kinderen aan de bovenkant'.

1. Omschrijf de concrete huidige situatie.
Hoe staat je school er nu voor? Over welke groep leerlingen gaat het? Welke concrete situatie(s) is/zijn er nu op school die je wilt veranderen?

2. Wat is concreet de ideale situatie?
Houd hierbij rekening met de volgende aspecten:
  • Ga uit van je onderwijskundige visie voor alle leerlingen. Deze kun je 'ombouwen' tot een visie voor dit onderdeel. Zo bespaar je tijd én blijf je consistent in je visie op leerlingen. Is er een specifiek onderdeel in je onderwijskundige visie die belangrijk is voor de talentvolle/-hb-leerlingen? Werk deze dan uit.
  • Welke leerlingen betrek je in de visie op talent/hb-onderwijs? Alleen hoogbegaafde leerlingen, of alle getalenteerde leerlingen?
  • Hoe zou je het specifieke onderwijs aan deze groep grofweg willen vormgeven? Streef je ernaar om zoveel mogelijk leerlingen in hun klas te houden, om een plusgroep op te starten, of een andere vorm te geven aan dit onderwijs? Dit hoef je hier niet in detail uit te werken, maar je visie hierop bepaalt straks wel hoe je dit onderwijs wilt gaan opzetten.
  • Wil je onderscheid maken tussen kleuters en de jaargroepen 3 t/m 8? Waarom wel/niet?
Bij dit alles geldt: maak er geen boekwerk van. Enkele alinea's zijn voldoende. Het gaat niet om hoe uitgebreid het is, het gaat erom dat er goed over nagedacht is, zodat je straks vanuit een goede basis kunt gaan werken!
 
Meer weten? Hulp nodig?
Andere onderdelen die aan de basis staan van goed beleid, zijn missie en doel. Een andere keer zal ik je daar tips over geven.
 
Wil je meer weten over het opzetten van goed beleid voor (hoog)begaafde leerlingen? Ik help je graag. Ik werk graag op maat. Van een concrete vraag vanuit je praktijk, maak ik graag een praktisch proces. Zodat de hele school er voor lange tijd iets aan heeft.
 
Een eerste kennismakingsgesprek is gratis! Neem snel contact op. Mijn contactgegevens vind je op www.lonnekesnijder.nl
 
Ik vind het leuk als je hieronder een reactie/tip achterlaat!

12 aug. 2013

Welke rol geef jij methodes en toetsen in je onderwijs?

Dit artikel is al enkele maanden oud, maar ik vind in elke alinea wel iets interessants te lezen. Vooral om eens stil te staan bij de rol van methodes in het onderwijs. Zelfs nu de kleuterklassen al worden dichtgetimmerd met methodes...hoe blijft er ruimte voor ontdekkend leren?

Wat neem jij mee uit dit artikel? Laat het hieronder weten!

13 jul. 2013

Fijne vakantie allemaal!

Op 29 juni schreef ik al onder mijn laatste blog dat ik er een paar weekjes tussenuit ga. Maar ondertussen was ik nog steeds lekker druk. Vanaf vanavond gaat de computer uit, en ook even geen Twitter en geen Facebook!


Fijne vakantie allemaal, tot in het nieuwe schooljaar!

1 jul. 2013

29 jun. 2013

Een klas vol rozen?

Vandaag zag ik een rozenstruik, prachtig in bloei. De verzorger van de struik had duidelijk bijzonder goed voor deze plant gezorgd. Zij (of 'hij', maar meestal is het een 'zij') wist waarschijnlijk precies wat het nodig had om tot grote bloei te komen.


Het deed me denken aan een verhaal

dat ik een tijd geleden heb gehoord:
Veel leerkrachten hebben een klas vol rozen. Ze zetten zich daar met hart en ziel voor in. Ze werken keihard om hun rozen tot bloei te laten komen. Ze geven ze op het juiste moment water. Ze geven precies de juiste hoeveelheid voeding. Op de juiste momenten. En ze worden gesnoeid op de juiste tijd van het jaar.

Maar soms bloeit zo'n roos toch nauwelijks. Soms komt er zelfs geen enkel bloemetje aan. Hoe kan dat nou? Je doet alles goed, precies zoals er voor een roos gezorgd moet worden. En toch wil de roos niet bloeien. Wat is er aan de hand?


Het antwoord is simpel:

Dit kind is geen roos. Misschien is het wel een cactus. Met een totaal andere behoefte aan water en voeding. En wat gebeurt er met een cactus als je die elk jaar snoeit?

Omdat we tegenwoordig zoveel weten over 'anders zijn' en leerstoornissen, proberen we vaak van alle kinderen rozen te maken. Want we hebben de kennis daarvoor in huis. De roos is de norm. Het gemiddelde. En daar moeten alle kinderen zoveel mogelijk aan voldoen.

Daarbij gaan we naar mijn idee vaak voorbij aan de behoeftes van het kind. Zodra een roos niet helemaal bloeit, gaan we met testen en handelingsplannen aan de slag. Om maar te zorgen dat die knoppen open gaan. Want daar worden leerkrachten uiteindelijk vooral op beoordeeld.


De juiste behandeling

Maar wat als het kind een cactus is? En een grote statige plant wil worden, met stekels en vertakkingen? Of een bolle cactus met de prachtigste bloemen? Dan zul je als leerkracht écht moeten kijken naar wat dit kind nodig heeft. En zijn sterke punten moeten benadrukken, al zijn dat niet de punten die direct door de' rozeninspectie' beoordeeld worden.

Benadruk de talenten van het kind, in plaats van alleen de zwakke punten aan te pakken. Onderzoek waar het kind gelukkig van wordt. Want dat is de enige manier voor een bloem om een gezonde, sterke plant te worden die graag door anderen wordt gezien!

En?... Wordt jouw klas volgend jaar een rozentuin of een verzameling wonderlijke bloemen?
Ik wens jullie een heel fijne vakantie. Ik ga er ook een paar weekjes tussenuit. Tot in het nieuwe schooljaar!

Ik vind het leuk als je hieronder een reactie achterlaat.


Ik leerde deze vergelijking ooit van Marieke van der Zee. Haar expertise is een kijkje waard.

15 jun. 2013

Even een vrolijke noot

Even een vrolijke noot tussendoor. Een komische video, met toch wel een serieuze boodschap. Ik moest er in ieder geval erg hard om lachen. Jullie ook?
 


11 jun. 2013

Hoogbegaafde kinderen zijn meestal ook hooggevoelig

Gisteren kreeg ik via Twitter een scriptie te lezen van Heidi Renou-Douma, die hier het noemen meer dan waard is. Het gaat over hoogbegaafde kinderen die ook hooggevoelig zijn. Een combinatie die volgens mij maar zelden NIET voorkomt.

In de scriptie wordt heel helder uitgelegd wat die gevoeligheden nu precies inhouden. Daarbij wordt huidige gangbare literatuur aan elkaar gekoppeld en uitgelegd wat dit voor het onderwijs aan deze kinderen betekent. Je vindt er geen pasklaar antwoord op de vraag hoe je dit praktisch moet uitvoeren, want er is geen pasklaar antwoord. Maar je leest wél met welke aspecten je rekening moet houden. En hoe je tegemoet kunt komen aan de behoeften van deze kinderen. En, het belangrijkste, je leert deze leerlingen begrijpen.

Een must-read voor iedere leerkracht!!

26 mei 2013

Van aanleg naar talent

Het beeld van uitzonderlijke hoogbegaafden, zoals
Albert Einstein, is niet realistisch. Het geeft een
verstoord beeld van gewone 'hoogbegaafdheid'. Dus
laat je daar niet door misleiden. Niet elk
hoogbegaafd kind is bij voorbaat briljant!
Wat is talent?

Wat is aanleg?

Is er verschil tussen deze twee?

JA! Maar in de praktijk worden deze begrippen veel door elkaar gehaald. Hoe vaak hoor je niet: "Dat meisje is een natuurtalentje!" of "Hij is als voetballer gebóren!"
Door de verwarring tussen deze begrippen ontstaat vanzelf het idee dat als een kind begaafd is, het ook gelijk veel talent heeft. Met als gevolg de verwachting dat een kind uitblinkt, werk foutloos maakt, opvalt door prestaties, etc. Maar dat is een misvatting.

Aanleg is het begin
Elk kind wordt met een specifieke aanleg geboren. Vermogens op bijv. intellectueel, creatief, sociaal en sensomotorisch gebied. Hoe hoger de vermogens zijn, hoe makkelijker een kind een leerproces doorloopt. Hoogbegaafde (dus: met veel aanleg) kinderen hebben bijvoorbeeld veel intellectuele of creatieve vermogens. En zij zullen op deze gebieden dus sneller en gemakkelijker kunnen leren dan kinderen met minder aanleg. Dit geldt ook voor kinderen met een grote sensomotorische aanleg. Deze kinderen leren bijvoorbeeld makkelijker een instrument bespelen of een sport beoefenen.

Het leerproces
Aanleg voor iets hebben is maar één kant van de medaille. Om ergens heel goed in te worden, moet elk kind oefenen, leren, hard werken, etc. Dit is het leerproces, dat geldt voor ieder kind. François Gagné heeft dit mooi weergegeven in onderstaand model. Het geeft heel goed weer hoe een aangeboren vermogen moet worden gestimuleerd om te groeien naar een talent. Onderweg in het leerproces zijn er stimulerende en tegenwerkende factoren. Dit zijn interne en externe factoren. Elk persoon heeft een uniek leerproces. Als je hier meer over wilt weten, bekijk dan eens deze link.


Het DMGT-model van Gagné. Klik op het model voor een vergroting.
Talent is het resultaat
Wanneer een kind met grote aanleg een passend en uitdagend leerproces doorloopt, heeft het de mogelijkheid om die aanleg te ontwikkelen tot een talent. Dan kan het kind een goede kunstenaar, een profvoetballer, een eerste violist of een uitstekend arts worden. Talent is dus een vaardigheid, niet iets wat is aangeboren. In andere stromingen noemen mensen 'talent' ook wel 'competentie'.

Benutten van je talenten
Hierbij wil ik opmerken dat het niet mijn intentie is dat elk kind een gevierd uitvinder hoeft te worden. Maar het is wel bekend dat weinig dingen in het leven zoveel plezier en voldoening geven als het benutten van je talenten...eh....vermogens.

En om dát geluk te bereiken, om goed te worden in waar je hart ligt, is een passend leerproces dus een múst voor elk kind. Ook voor hoogbegaafde kinderen. Zij worden niet met een talent geboren, maar hebben wel enorm veel potentie. En het is de taak van het onderwijs, van jou als leerkracht, om dat zo goed mogelijk tot ontwikkeling te laten komen.

22 mei 2013

Over een olifant die in een boom moet klimmen...



Bovenstaande tekening is inmiddels 'gouwe ouwe', maar nog steeds heel actueel: dieren met totaal verschillende aanleg moeten dezelfde test afleggen. De parallel met ons onderwijs lijkt me duidelijk.

De volgende video demonstreert dit nog eens duidelijker:

 
 

Neem eens de tijd om deze informatie tot je door te laten dringen. En geef dan voor jezelf eens antwoord op de volgende vragen:
  • Hoe zal de eend zich voelen als hij in een boom moet klimmen?
  • Zijn gemiddelde zwemcapaciteiten voor een eend inderdaad goed genoeg?
  • Welke leerlingen in je klas hebben een andere aanleg dan er in je lessen van ze gevraagd worden?
  • Wat doe jij op dit moment om aan deze verschillen in aanleg in je lessen tegemoet komen?
  • En hoe kun je dat nog verbeteren?
  • Laat jij (jouw school) talenten van leerlingen tot uiting komen, of richten jullie je vooral op de dingen die een leerling nog níet goed kan? En waarom eigenlijk?
  • Wat is jouw talent eigenlijk? En hoe kun je dat inzetten voor deze leerlingen?

6 mei 2013

Signalen serieus nemen

Daar is ze weer, de moeder van Naomi. Je weet al waarvoor ze komt. Volgens moeder gaat het niet zo goed met Naomi. Althans, thuis niet. Op school merk jij niet zoveel. Haar werk is prima, haar gedrag is keurig. Je zal het natuurlijk nooit hardop zeggen, maar.... Wat zeurt dat mens nou? Het gaat toch goed met Naomi?

Natúúrlijk zeg je dat niet. Natúúrlijk ga je met moeder in gesprek. Maar wat moet je doen met dit signaal dat moeder bij je neerlegt?

1 - Neem serieus!
Veruit de meeste moeders komen niet op school om te zeuren. Ze bedenken zich wel 20 keer voordat ze naar school stappen, uit angst om als 'zeurouder' neergezet te worden. Het beste wat je als leerkracht kunt doen, is deze moeder serieus nemen. Start een traject om te bekijken of ze gelijk heeft. Want...misschien heeft ze wel gelijk! En misschien ook niet. Maar in zo'n traject wordt dat ook duidelijk.

Wist je dat moeders door leerkrachten minder serieus
worden genomen dan vaders? Moeders worden onbewust
toch vaker aangemerkt als 'emotioneel'. Vaders lijken wat
zakelijker en dus minder te 'zeuren'. Misschien handig om
voor jezelf eens na te gaan hoe jij daar -onbewust- tegenaan kijkt
2 - Wees bewust!
Ook onopvallende kinderen met keurige cijfers en dito gedrag kunnen hoogbegaafd zijn. (lees maar eens dit: de succesvolle leerling)  Zij uiten hun gevoelens van onbehagen vaak alleen in een veilige omgeving, zoals thuis. Het is dus eigenlijk fantastisch dat de moeder van Naomi meldt dat er iets niet goed zit. Zie het als een signaal. Een signaal dat het waard is om uitgezicht te worden.

Er zijn verhalen bekend van keurige kinderen op school, die zich thuis gillend in hun kledingkast opsluiten om maar niet naar school te hoeven, of zichzelf pijn doen. En zodra ze op school zijn, hangen ze de brave engeltjes uit.


3 - Onderzoek!
Sommige scholen werken met een protocol voor signalering van hoogbegaafdheid, zoals het DHH of de Sidi3. Andere scholen hebben geen protocol. Op zich geen probleem. Maar wat élke school in ieder geval zou moeten hebben, is een duidelijk en compleet beleid rondom de signalering van deze leerlingen.
In zo'n beleid zijn enkele onderdelen essentieel. Ik zal er een paar kort uitwerken. Mocht je hierover vragen hebben, dan kan je contact met me opnemen. Een eerste adviesgesprek is altijd gratis.
  • Signalen:
Neem elk signaal, van ouder, leerling, leerkracht of wie dan ook, serieus. Hoogbegaafdheid kent zoveel vormen en maten, dat je er makkelijk overheen kunt kijken.
Het beste moment om signalen op te vangen is wanneer een leerling instroomt in je school. Tips hiervoor geef ik binnenkort in een volgend blog.

Er zijn hoogbegaafde leerlingen die alleen maar tienen halen
en een uitmuntende woordenschat hebben. Zij zijn makkelijk te herkennen.
Bij de overgrote rest is het gewoon lastiger te ontdekken.
  • Korte signalering:
Wanneer er een signaal is, start dan een kort signaleringstraject. Dit kan zijn dat de groepsleerkracht, of de IB-er, het DHH of de Sidi3 voor deze leerling beknopt invult. Of je toetst het kind door (totdat het kind een IV-score behaalt) op de basisvakken. Let hierbij op dat de leerling niet onderpresteert. Praat eventueel met de ouders, bespreek je vermoedens. Hoe kijken zij tegen deze mogelijkheid aan? Komt hieruit dat het kind inderdaad signalen van hoogbegaafdheid heeft? Start dan een...
  • Uitgebreide signalering:
Hierbij kun je denken aan het compleet invullen van DHH, Sidi3. Aan het uitvoeren van aanvullend didactisch en sociaal en emotioneel onderzoek. Let ook hier goed op dat de leerling niet onderpresteert. Een andere mogelijkheid -zeker raadzaam bij twijfelachtige uitkomsten van didactisch onderzoek- is het uitvoeren van een intelligentie-onderzoek. Ik ben van mening dat elke school ook geld in het zorgbudget moet reserveren voor onderzoek van hoogintelligente kinderen. Dit gebeurt namelijk nog weinig. Het is onzin én discriminerend om deze ouders een dergelijk onderzoek zélf te laten betalen. Wanneer je een dergelijk onderzoek uit wilt laten voeren, doe dit dan al-tijd bij een tester die uitgebreid verstand heeft van hoogbegaafdheid en onderpresteren. Wanneer een tester namelijk de subtiele signalen van onderpresteren niet op weet te pakken, kan het totale IQ wel tot 20 punten lager uitvallen dan zou moeten. Dus dan heeft Naomi niet een IQ van 127 (op zich al hoog), maar van 147!
  • En dan:
Dan begint het pas! Op dit punt moet je keuzes gaan maken. Plusklas? Externe plusklas? Verrijken? Verbreden? Versnellen? Welke keuzes maak je? En waarom? En wat is haalbaar? Welke keuze je ook maakt, doe dit samen met school, ouders én met het kind. Het is maatwerk!

Leg vast!
Om het jezelf zo makkelijk mogelijk te maken (voor zover dat kan), is het verstandig om binnen je school dit traject van signalering vast te leggen in beleid. Ook kan je in dit plan vastleggen wat de mogelijkheden (budget, personeel) van school zijn om een kind te begeleiden. Welke materialen zijn er? En wanneer gebruik je die? Wil je wél een plusklas? Of kies je er juist voor om de leerling in de groep te houden? Zo bespaar je jezelf en je collega's werk, omdat het voorwerk al is vastgelegd.

En áls de moeder van Naomi dan -tegen jouw verwachting in- tóch gelijk blijkt te hebben, dan weet jij hoe je moet handelen!



Lonneke Snijder is hoogbegaafdheidsdeskundige en helpt scholen met het opzettend van een stevig beleid rondom talentontwikkeling en/of hoogbegaafdheid. Meer informatie? Neem dan contact op met haar. Contactgegevens vind je in de rechter menubalk.

8 apr. 2013

Versnellen, de fabels en feiten

Versnellen, dat vinden veel leerkrachten spannend. Want is dat wel écht nodig? En is het kind daar sociaal-emotioneel gezien wel aan toe? En wat als het kind hiaten oploopt? Hoe weet je dat je er goed aan doet? Wat is wijsheid? 

Helaas kunnen we niet in een glazen bol kijken
of een versnelling goed zal uitpakken.
Wel kun je zo goed mogelijk een besluit overwegen.
Versnellen bestaat in verschillende soorten en maten. De meest gebruikte is het overslaan van een groep. Maar er zijn meer manieren om tegemoet te komen aan de behoeften van een hoogbegaafd kind. Een kind kan ook alle lesstof van bijvoorbeeld 2 jaar, gecompact, in één jaar doorlopen. Dit kan ook voor maar één of enkele vakken. De laatste versnelwijze is vervroegd instromen in groep 1.

Is versnellen wel nodig?
Ik zie met regelmaat dat leerlingen in groep 1 binnenkomen met een flinke voorsprong op hun leeftijdsgenootjes. Juist de hoogbegaafde kinderen zijn in staat om deze voorsprong alleen nog maar verder uit te bouwen. Het gat met de leeftijdsgenootjes wordt daardoor alleen maar groter. Soms is het dan verstandig om een kind in een hogere groep te plaatsen. Hiervoor kun je grofweg 4 redenen geven.

Reden 1: Slim en een ontwikkelingsvoorsprong
Een kind hoeft niet te versnellen, alleen maar omdat het hoogbegaafd is. Maar het is natuurlijk wel een belangrijke factor in de afweging van een versnelling. Wanneer het niveau van de lesstof zodanig lager is dan het werkelijke didactische niveau van het kind, ontstaat er verveling, onderprikkeling en onderpresteren. We kennen allemaal het begrip 'de zone van de naaste ontwikkeling' (Vygotski). Maar wanneer in de klas die zone tachtig km achter het kind ligt, is er wellicht een goede reden om te versnellen.

Oh jee..hiaten?
Het grootste bezwaar van veel leerkrachten is de kans op hiaten. De kans hierop is aanwezig, vooral wanneer een leerling een leerjaar overslaat en er niet (voldoende) wordt bekeken of de leerling alle lesstof beheerst. Een eenvoudige manier om hiaten te voorkomen, is om de leerling terug te toetsen. Dus: als een leerling van groep 4 naar groep 6 gaat, kan de lesstof van groep 5 getoetst worden. Dit gebeurt het best met de methodegebonden toetsen, omdat deze meer tussenstappen toetsen dan de LVS-toetsen. Daarbij is het wel belangrijk dat een leerkracht of IB-er meekijkt hoe het kind tot de antwoorden komt. Hoogbegaafden bedenken regelmatig hun eigen strategieën, maar dat zijn niet altijd de gewenste en meest handige strategieën. Wanneer blijkt dat de leerling hier op uitvalt, kan gerichte aandacht op deze onderdelen gegeven worden. Een versnelling kan dan alsnog plaatsvinden.

Reden 2: Sociale ontwikkeling
Een ander bezwaar van veel leerkrachten is het sociale functioneren van een kind. Bij slimme kleuters hoor ik vaak "Hij is nog zo jong", of "Het is belangrijk dat ze leert spelen met de andere kinderen." Bij oudere kinderen wordt er regelmatig gezegd dat het kind "sociaal onhandig" is, of "sociaal zwak". Natuurlijk kan het zijn dat een kind sociaal gezien achter loopt. Maar heel vaak wordt dit etiket onterecht op hoogbegaafde kinderen geplakt.

Het grootste deel van hoogbegaafde kinderen loopt, net als cognitief, sociaal gezien ook voor. Daardoor missen zijn écht en gelijkwaardig contact met hun leeftijdsgenootjes. Wanneer je het sociale gedrag van een hoogbegaafde leerling 'zwak' vindt, dan is het verstandig te analyseren waar dit gedrag vandaan komt. Komt het door het gebrek aan ontwikkelingsgelijken? Of is er echt een verschil tussen de cognitieve capaciteiten en de sociale ontwikkeling? Wil je hierbij een objectief instrument gebruiken, dan kan dat met het DHH, Viseon en de OVSO/LICOR-lijsten.



Reden 3: Emotionele ontwikkeling
Deze reden van versnelling is moeilijk zichtbaar, maar net zo belangrijk als de voorgaande redenen. Even een korte uitleg: mensen ontwikkelen hun zelfbeeld door de interactie met hun omgeving. Uit het contact met anderen leer je hoe zij je zien, en hoe zij je ervaren. Ook leer je jezelf te plaatsen ten opzichte van die anderen.
Omdat hoogbegaafde kinderen vaak weinig ontwikkelingsgelijken in hun omgeving hebben, hebben zij meer kans om een scheef zelfbeeld te ontwikkelen dan andere kinderen. Dit kan in sommige gevallen ernstige vormen aan nemen. Een negatief zelfbeeld, of juist een overschatting van zichzelf.

Bij een versnelling is dit belangrijk om rekening mee te houden, want het kan zowel positief als negatief uit pakken. Het is dus belangrijk om dit met het team om het kind heen, te bespreken.

Reden 4: Werkhouding en taakaanpak
Zonder uitdaging ontwikkel je geen goede
werkhouding en adequate leerstrategieën.
Een ander bezwaar tegen versnellen dat leerkrachten vaak hebben, is dat de leerling geen goede werkhouding zou hebben. "Hij is echt te traag, het tempo in groep 6 kan hij vast niet aan". Er is echter een aanzienlijke kans dat de leerling dit lage tempo (of de slechte werkhouding, of de onvoldoende leerstrategieën) heeft omdat hij beneden zijn niveau werkt. Hij hoeft niet zijn best te doen om zijn werk af te ronden, raakt gedemotiveerd en doet soms maar wat. Wanneer je een leerling om deze reden niet versnelt, zal hij deze werkhouding ook niet kunnen verbeteren. Soms is een proefperiode van een week of twee in de nieuwe klas goed om te beoordelen of de leerling het volgende jaar zijn werkhouding zal kunnen verbeteren (dit lukt natuurlijk niet in één keer).

Wel of niet versnellen is altijd maatwerk. Beoordeel samen met leerkracht, IB-er, ouders en het kind zelf (!) of een versnelling wenselijk is. Maar laat je niet afschrikken door hardnekkige fabels. Ook kun je de VersnellingsWenselijkheidsLijst gebruiken. Hiermee kan je 'berekenen' of versnellen een goede optie is. Hierbij is natuurlijk altijd gezond verstand bepalend.

Tenslotte nog dit:
Uit onderzoek is gebleken dat kinderen die één of twee keer versneld zijn op de basisschool, gemiddeld gezien niet meer of minder gelukkig en tevreden zijn dan hun leeftijdsgenootjes. Ook blijken ze niet meer of minder sociale contacten te hebben dan hun leeftijdsgenootjes. Dus.

Zo. Dan hebben we dát fabeltje ook de wereld uit!

Heb je als leerkracht of school vragen over een versnelling? Of kom je er niet uit? Laat het hieronder weten, of neem contact met mij op. Een eerste adviesgesprek is gratis!
Ook kan ik je school helpen met het opzetten van een gedegen beleid rondom versnellen of hoogbegaafdheid. Interesse? Bel of mail me dan!

31 mrt. 2013

Een hoogbegaafde leerling in de klas voelt zich...

"Ondanks zijn aanleg en instinct om hard te rennen,
heeft een jachtluipaard  de juiste omstandigheden nodig
om de onvoorstelbare snelheid van 120 km/u te kunnen bereiken."
...vaak als een cheetah in een dierentuin.


Is it a cheetah?
Ken je deze vergelijking tussen het hoogbegaafde kind en het snelst rennende dier ter wereld? Het is inmiddels een bekende binnen de hoogbegaafdenwereld. De Amerikaanse auteur Stephanie S. Tolan heeft deze vergelijking uitgewerkt in een heel waardevol artikel, dat ik je graag wil laten lezen.

De prachtige parallel tussen het hoogbegaafde kind en de cheetah is al ruim 20 jaar oud (1992), maar nog steeds heel actueel. De vergelijking is zo helder en verduidelijkend, dat eigenlijk elke leerkracht dit aandachtig zou moeten lezen.


Doordringend
Wanneer je het artikel in z'n volle omvang tot je door laat dringen, je probeert te voelen wat een cheetah voelt en ervaart, en dus het kind voelt en ervaart, zul je een hoogbegaafd kind veel beter kunnen begrijpen. Ik denk zelfs dat je -met dit artikel in je achterhoofd- in staat kan zijn eenvoudiger aan de behoeftes van het hoogbegaafde kind tegemoet te komen. Simpelweg omdat je je meer kunt inleven. 

Ik ervaar regelmatig dat hoogbegaafde kinderen nog wat meer inlevingsgevoel van anderen kunnen gebruiken. Laten we daarom dit artikel met elkaar delen! Stuur het naar je collega's, deel het op Twitter en Facebook.

Stel je de behoeftes van dit dier voor:


en begrijp wat de hoogbegaafde leerling in je klas nodig heeft!


P.S. Lees je niet zo gemakkelijk in Engels? Lees dan deze Nederlandse vertaling.


5 feb. 2013

Lef en vernieuwing

Onlangs mocht ik een dag meedraaien in een Leonardo-klas. Een van de kinderen waar ik die dag het meest van genoot -vooral van zijn scherpte en zijn enthousiasme- bleek nog niet zo lang geleden op zijn oude school een onhandelbaar kind te zijn geweest dat het bloed onder de nagels van zijn leerkracht haalde. Het was onvoorstelbaar dat deze jongen met passend onderwijs zo’n ommezwaai had gemaakt. Vervolgens realiseerde ik me dat het waarschijnlijk niet alleen door het onderwijs van deze jongen kwam. Op zijn nieuwe school werd er ECHT naar hem geluisterd en ECHT met hem gesproken. De leerkrachten waren niet bang om door hem gecorrigeerd te worden. Sterker nog, ze leerden ontzettend veel van deze jongen! Onmiddellijk kwam deze spreuk in me op: de beste leraar is hij, die het meest van zijn leerlingen opsteekt (C. Budding). Maar voor zo'n houding is wel lef nodig.

Operation Education: vernieuwing in het onderwijs
Via Twitter kwam ik in aanraking met een andere portie lef. Een vrouw die haar baan opzegde en haar missie is gaan uitvoeren: een flinke storm door het Nederlandse onderwijsveld laten waaien. Claire Boonstra heeft een passievol manifest geschreven, Operation EDUcation, waarin zij uiteenzet wat haar ideeën zijn voor het onderwijs van de (nabije) toekomst. Ze geeft duidelijke redenen waarom het reguliere onderwijs niet meer voldoet aan deze tijd. Ze zoekt contact met mensen die haar opvatting delen. En -nog belangrijker- ze onderneemt actie! Ik nodig je van harte uit om dit manifest eens te bekijken, en je mening te geven!

Kinderachtig toetje
Tenslotte wil ik graag –ter inspiratie- deze TEDtalk van Adora Svitak met je delen. Het gaat over hoe “kinderachtig gedrag” onze maatschappij gunstig zou kunnen beïnvloeden. En ja, de spreker is zelf een kind! (Over lef gesproken...)


Links:

30 jan. 2013

Snelle baby's, peuters en kleuters: hoogbegaafd?

Jonge kinderen leren in sprongen. Mijn dochter van bijna 3 bewijst het: eerst was ze maandenlang bezig met talloze puzzels tot 80 stukjes, daarna een periode met balletdansen op De Notenkraker en sinds enkele dagen wil ze 4 keer per dag vingerverven om het kleurenmengen te ontdekken. Ze is net zo lang met iets bezig, totdat ze besluit dat iets anders interessanter is. Zo werkt het gewoon op deze leeftijd.

Wanneer een kind in een ontwikkelingsgebied verder is dan leeftijdsgenoten, dan valt vaak de term 'ontwikkelingsvoorsprong'. Vaak heeft een 'gewoon slim'** kind een voorsprong op enkele gebieden. Er zijn echter ook peuters en kleuters (en ook dreumessen en baby's) die op (vrijwel) alle gebieden een ontwikkelingsvoorsprong hebben. Zijn zij dan hoogbegaafd?

Dit kan er aan de hand zijn:
  • Heel vaak zien we achteraf bij hoogbegaafde kinderen dat zij al op jonge leeftijd over de gehele ontwikkeling een flinke voorsprong (een of meerdere jaren) lieten zien. En daar deden ze dan soms ook nog eens helemaal geen moeite (inzet) voor. 
  • Maar die voorsprong hoeft niet zichtbaar te zijn. Er zijn kinderen die door allerlei omstandigheden (zoals gebrek aan uitdaging, door perfectionisme, faalangst en/of aanpassingsgedrag) geen voorsprong laten zien. Ook op heel jonge leeftijd al! Ze gaan bijvoorbeeld pas laat praten. Of willen niet deelnemen aan groepsactiviteiten. Dit heeft vaak niet te maken met hun capaciteiten, maar met omstandigheden en persoonskenmerken. Een perfectionistisch kind kan soms pas gaan praten als het zeker is dat het elk woord goed kan uitspreken. En een groepsactiviteit wordt soms gemeden omdat de slimme peuter zich onbegrepen voelt bij alle "baby's" (zoals hij leeftijdsgenoten die niet op zijn niveau functioneren, noemt) in de groep.
  • Ook kunnen 'gewoon slimme' kinderen in staat zijn enorme voorsprongen te ontwikkelen, als ze gedreven worden door een grote motivatie en inzet. Zij tonen dan een enorme werkhouding; ze werken er hard voor en hebben daar veel plezier in.
  • Wanneer er een tijd niet aan een ontwikkelingsgebied wordt gewerkt, kan het zijn dat de voorsprong weer verdwijnt. Maar deze kan uiteraard ook blijven bestaan.
Daarom spreken we op deze leeftijd niet van hoogbegaafdheid. Het is eenvoudigweg nog niet aan te tonen.

Snel signaleren in de groep
Toch is het heel belangrijk om begaafdheid zo jong mogelijk te ontdekken. Niet om dat labeltje op te plakken, maar om de juiste handvatten te hebben om de ontwikkeling van het kind te begeleiden. Want de ontwikkeling van een hoogbegaafd kind verloopt meestal niet vanzelfsprekend.
Voorbeeld: wanneer een kind een peuter- of kleutergroep binnenkomt, kan deze zich binnen 5 tot 6 weken (!) volledig aanpassen aan het niveau van de groep. Waar veel leerkrachten en leidsters het kind even de tijd geven om te wennen aan de nieuwe situatie, geef je een begaafd kind dus óók de tijd om zich aan te passen aan het niveau van de groep. Met alle gevolgen van dien. En als het kind zich eenmaal heeft aangepast, is het erg lastig om dit kind nog te herkennen.


Signalen
Toch zijn er signalen die je kunt oppikken. Ten eerste zijn er signalen van de ouders. Zij zien vaak een verschil tussen de thuissituatie en school/kdv/psz. Thuis kan het kind bijvoorbeeld al mooie tekeningen maken met vele details, op school maakt het weer simpele koppoters. Of op het kinderdagverblijf is het kind erg lief en rustig, terwijl het thuis boos en verdrietig is en weer in z'n broek plast. Neem ouders die met deze signalen altijd serieus. Laat ze voorbeelden meenemen van deze verschillen die ze merken. Een tekening, een filmpje van bepaald gedrag, etc. Niet om ze te controleren, maar om ze serieus te nemen en om te kijken hoe groot de verschillen zijn. Vaak moeten ouders een flinke drempel over om de begeleider van hun kind te vertellen dat ze zien dat het niet goed gaat. Het laatste dat ze willen horen is dat de begeleider vindt dat het wel meevalt.

Signalen in de groep
Begaafde kinderen die onvoldoende uitdaging krijgen, kunnen heel divers gedrag laten zien. Er zijn diverse signaleringsinstrumenten (Sidi, DHH) die hierop inspelen, maar goede kennis over hoogbegaafdheid van de leerkracht blijft de beste signalering. Een goede basis om gedrag van begaafde leerlingen te kunnen interpreteren zijn de 6 types van hoogbegaafde leerlingen van Betts&Neihard.

Neem dus elk kind onder de loep. Vanaf de eerste dag op het kinderdagverblijf, peuterspeelzaal of school. Laat de ouders bij de intake een tekening meenemen die het kind heeft gemaakt. Vraag ze naar de ontwikkeling van hun kind. Vraag niet zozeer of het kind erg snel is, want bijna elke ouder vindt z'n kind vlot in ontwikkeling, maar vraag of er bijzonderheden zijn, ook in vergelijking met andere kinderen. Zo geef je ouders ook de ruimte om eventuele vermoedens te vertellen. Want velen durven niets te zeggen, bang om als pusherige ouder uitgemaakt te worden. Of bang dat ze de ontwikkeling van hun kind misschien verkeerd hebben ingeschat.

En mocht je het vermoeden hebben dat het kind wel eens hoogbegaafd kan zijn, schakel dan de intern begeleider in. Samen met de ouders kun je dan je vermoedens bespreken en planmatig aan begeleiding van dit kind gaan werken. Daar zal het kind je zijn hele leven dankbaar voor zijn!


** Oef, wat heb ik een hekel aan deze term. Maar iedereen snapt wel direct wat ik bedoel. Dus ik gebruik het toch even.