26 mei 2013

Van aanleg naar talent

Het beeld van uitzonderlijke hoogbegaafden, zoals
Albert Einstein, is niet realistisch. Het geeft een
verstoord beeld van gewone 'hoogbegaafdheid'. Dus
laat je daar niet door misleiden. Niet elk
hoogbegaafd kind is bij voorbaat briljant!
Wat is talent?

Wat is aanleg?

Is er verschil tussen deze twee?

JA! Maar in de praktijk worden deze begrippen veel door elkaar gehaald. Hoe vaak hoor je niet: "Dat meisje is een natuurtalentje!" of "Hij is als voetballer gebóren!"
Door de verwarring tussen deze begrippen ontstaat vanzelf het idee dat als een kind begaafd is, het ook gelijk veel talent heeft. Met als gevolg de verwachting dat een kind uitblinkt, werk foutloos maakt, opvalt door prestaties, etc. Maar dat is een misvatting.

Aanleg is het begin
Elk kind wordt met een specifieke aanleg geboren. Vermogens op bijv. intellectueel, creatief, sociaal en sensomotorisch gebied. Hoe hoger de vermogens zijn, hoe makkelijker een kind een leerproces doorloopt. Hoogbegaafde (dus: met veel aanleg) kinderen hebben bijvoorbeeld veel intellectuele of creatieve vermogens. En zij zullen op deze gebieden dus sneller en gemakkelijker kunnen leren dan kinderen met minder aanleg. Dit geldt ook voor kinderen met een grote sensomotorische aanleg. Deze kinderen leren bijvoorbeeld makkelijker een instrument bespelen of een sport beoefenen.

Het leerproces
Aanleg voor iets hebben is maar één kant van de medaille. Om ergens heel goed in te worden, moet elk kind oefenen, leren, hard werken, etc. Dit is het leerproces, dat geldt voor ieder kind. François Gagné heeft dit mooi weergegeven in onderstaand model. Het geeft heel goed weer hoe een aangeboren vermogen moet worden gestimuleerd om te groeien naar een talent. Onderweg in het leerproces zijn er stimulerende en tegenwerkende factoren. Dit zijn interne en externe factoren. Elk persoon heeft een uniek leerproces. Als je hier meer over wilt weten, bekijk dan eens deze link.


Het DMGT-model van Gagné. Klik op het model voor een vergroting.
Talent is het resultaat
Wanneer een kind met grote aanleg een passend en uitdagend leerproces doorloopt, heeft het de mogelijkheid om die aanleg te ontwikkelen tot een talent. Dan kan het kind een goede kunstenaar, een profvoetballer, een eerste violist of een uitstekend arts worden. Talent is dus een vaardigheid, niet iets wat is aangeboren. In andere stromingen noemen mensen 'talent' ook wel 'competentie'.

Benutten van je talenten
Hierbij wil ik opmerken dat het niet mijn intentie is dat elk kind een gevierd uitvinder hoeft te worden. Maar het is wel bekend dat weinig dingen in het leven zoveel plezier en voldoening geven als het benutten van je talenten...eh....vermogens.

En om dát geluk te bereiken, om goed te worden in waar je hart ligt, is een passend leerproces dus een múst voor elk kind. Ook voor hoogbegaafde kinderen. Zij worden niet met een talent geboren, maar hebben wel enorm veel potentie. En het is de taak van het onderwijs, van jou als leerkracht, om dat zo goed mogelijk tot ontwikkeling te laten komen.

22 mei 2013

Over een olifant die in een boom moet klimmen...



Bovenstaande tekening is inmiddels 'gouwe ouwe', maar nog steeds heel actueel: dieren met totaal verschillende aanleg moeten dezelfde test afleggen. De parallel met ons onderwijs lijkt me duidelijk.

De volgende video demonstreert dit nog eens duidelijker:

 
 

Neem eens de tijd om deze informatie tot je door te laten dringen. En geef dan voor jezelf eens antwoord op de volgende vragen:
  • Hoe zal de eend zich voelen als hij in een boom moet klimmen?
  • Zijn gemiddelde zwemcapaciteiten voor een eend inderdaad goed genoeg?
  • Welke leerlingen in je klas hebben een andere aanleg dan er in je lessen van ze gevraagd worden?
  • Wat doe jij op dit moment om aan deze verschillen in aanleg in je lessen tegemoet komen?
  • En hoe kun je dat nog verbeteren?
  • Laat jij (jouw school) talenten van leerlingen tot uiting komen, of richten jullie je vooral op de dingen die een leerling nog níet goed kan? En waarom eigenlijk?
  • Wat is jouw talent eigenlijk? En hoe kun je dat inzetten voor deze leerlingen?

6 mei 2013

Signalen serieus nemen

Daar is ze weer, de moeder van Naomi. Je weet al waarvoor ze komt. Volgens moeder gaat het niet zo goed met Naomi. Althans, thuis niet. Op school merk jij niet zoveel. Haar werk is prima, haar gedrag is keurig. Je zal het natuurlijk nooit hardop zeggen, maar.... Wat zeurt dat mens nou? Het gaat toch goed met Naomi?

Natúúrlijk zeg je dat niet. Natúúrlijk ga je met moeder in gesprek. Maar wat moet je doen met dit signaal dat moeder bij je neerlegt?

1 - Neem serieus!
Veruit de meeste moeders komen niet op school om te zeuren. Ze bedenken zich wel 20 keer voordat ze naar school stappen, uit angst om als 'zeurouder' neergezet te worden. Het beste wat je als leerkracht kunt doen, is deze moeder serieus nemen. Start een traject om te bekijken of ze gelijk heeft. Want...misschien heeft ze wel gelijk! En misschien ook niet. Maar in zo'n traject wordt dat ook duidelijk.

Wist je dat moeders door leerkrachten minder serieus
worden genomen dan vaders? Moeders worden onbewust
toch vaker aangemerkt als 'emotioneel'. Vaders lijken wat
zakelijker en dus minder te 'zeuren'. Misschien handig om
voor jezelf eens na te gaan hoe jij daar -onbewust- tegenaan kijkt
2 - Wees bewust!
Ook onopvallende kinderen met keurige cijfers en dito gedrag kunnen hoogbegaafd zijn. (lees maar eens dit: de succesvolle leerling)  Zij uiten hun gevoelens van onbehagen vaak alleen in een veilige omgeving, zoals thuis. Het is dus eigenlijk fantastisch dat de moeder van Naomi meldt dat er iets niet goed zit. Zie het als een signaal. Een signaal dat het waard is om uitgezicht te worden.

Er zijn verhalen bekend van keurige kinderen op school, die zich thuis gillend in hun kledingkast opsluiten om maar niet naar school te hoeven, of zichzelf pijn doen. En zodra ze op school zijn, hangen ze de brave engeltjes uit.


3 - Onderzoek!
Sommige scholen werken met een protocol voor signalering van hoogbegaafdheid, zoals het DHH of de Sidi3. Andere scholen hebben geen protocol. Op zich geen probleem. Maar wat élke school in ieder geval zou moeten hebben, is een duidelijk en compleet beleid rondom de signalering van deze leerlingen.
In zo'n beleid zijn enkele onderdelen essentieel. Ik zal er een paar kort uitwerken. Mocht je hierover vragen hebben, dan kan je contact met me opnemen. Een eerste adviesgesprek is altijd gratis.
  • Signalen:
Neem elk signaal, van ouder, leerling, leerkracht of wie dan ook, serieus. Hoogbegaafdheid kent zoveel vormen en maten, dat je er makkelijk overheen kunt kijken.
Het beste moment om signalen op te vangen is wanneer een leerling instroomt in je school. Tips hiervoor geef ik binnenkort in een volgend blog.

Er zijn hoogbegaafde leerlingen die alleen maar tienen halen
en een uitmuntende woordenschat hebben. Zij zijn makkelijk te herkennen.
Bij de overgrote rest is het gewoon lastiger te ontdekken.
  • Korte signalering:
Wanneer er een signaal is, start dan een kort signaleringstraject. Dit kan zijn dat de groepsleerkracht, of de IB-er, het DHH of de Sidi3 voor deze leerling beknopt invult. Of je toetst het kind door (totdat het kind een IV-score behaalt) op de basisvakken. Let hierbij op dat de leerling niet onderpresteert. Praat eventueel met de ouders, bespreek je vermoedens. Hoe kijken zij tegen deze mogelijkheid aan? Komt hieruit dat het kind inderdaad signalen van hoogbegaafdheid heeft? Start dan een...
  • Uitgebreide signalering:
Hierbij kun je denken aan het compleet invullen van DHH, Sidi3. Aan het uitvoeren van aanvullend didactisch en sociaal en emotioneel onderzoek. Let ook hier goed op dat de leerling niet onderpresteert. Een andere mogelijkheid -zeker raadzaam bij twijfelachtige uitkomsten van didactisch onderzoek- is het uitvoeren van een intelligentie-onderzoek. Ik ben van mening dat elke school ook geld in het zorgbudget moet reserveren voor onderzoek van hoogintelligente kinderen. Dit gebeurt namelijk nog weinig. Het is onzin én discriminerend om deze ouders een dergelijk onderzoek zélf te laten betalen. Wanneer je een dergelijk onderzoek uit wilt laten voeren, doe dit dan al-tijd bij een tester die uitgebreid verstand heeft van hoogbegaafdheid en onderpresteren. Wanneer een tester namelijk de subtiele signalen van onderpresteren niet op weet te pakken, kan het totale IQ wel tot 20 punten lager uitvallen dan zou moeten. Dus dan heeft Naomi niet een IQ van 127 (op zich al hoog), maar van 147!
  • En dan:
Dan begint het pas! Op dit punt moet je keuzes gaan maken. Plusklas? Externe plusklas? Verrijken? Verbreden? Versnellen? Welke keuzes maak je? En waarom? En wat is haalbaar? Welke keuze je ook maakt, doe dit samen met school, ouders én met het kind. Het is maatwerk!

Leg vast!
Om het jezelf zo makkelijk mogelijk te maken (voor zover dat kan), is het verstandig om binnen je school dit traject van signalering vast te leggen in beleid. Ook kan je in dit plan vastleggen wat de mogelijkheden (budget, personeel) van school zijn om een kind te begeleiden. Welke materialen zijn er? En wanneer gebruik je die? Wil je wél een plusklas? Of kies je er juist voor om de leerling in de groep te houden? Zo bespaar je jezelf en je collega's werk, omdat het voorwerk al is vastgelegd.

En áls de moeder van Naomi dan -tegen jouw verwachting in- tóch gelijk blijkt te hebben, dan weet jij hoe je moet handelen!



Lonneke Snijder is hoogbegaafdheidsdeskundige en helpt scholen met het opzettend van een stevig beleid rondom talentontwikkeling en/of hoogbegaafdheid. Meer informatie? Neem dan contact op met haar. Contactgegevens vind je in de rechter menubalk.