29 nov. 2014

Een octopus op rolschaatsen


‘Talent zonder discipline is als een octopus op rolschaatsen.
Er is volop beweging, maar je weet nooit of hij vooruit, achteruit of opzij gaat.’
H. Jackson Brown jr.


Probeer het eens voor je te zien: een octopus op rolschaatsen. Wiebelend en struikelend. Zie je ’m al spartelen? Zo zie ik sommige hoogbegaafde kinderen ook wel eens spartelen. Ze hebben veel poten, vele talenten, die hen elk een andere richting op willen brengen. Want ze vinden alles leuk. Ze vinden van alles interessant. En ze kunnen ook zo veel zonder enige oefening. Ze schaatsen daardoor alle kanten op zonder een doel voor ogen. En daar redden ze het een flinke periode prima mee. Maar ergens zullen deze kinderen struikelen. Dat kan op school gebeuren, in hun vervolgstudie of later in hun carrière. Dit zijn kinderen die geen idee hebben welke studie ze moeten kiezen, omdat ze zo veel interessant vinden. Die geen idee hebben wat bij ze past. Die geen idee hebben waarom anderen hun doel bereiken, en zij niet…
Maar stel je eens voor: elke poot op een rolschaats staat voor een talent in het kind. Op welke poot gaat hij dan schaatsen? Is de ene poot belangrijker dan de andere? En aan welke poot geeft hij het meest de voorkeur? Zijn er poten die goed bij elkaar passen, die hij wellicht samen kan inzetten om een bepaalde kant op te gaan? Welke poot neemt altijd het voortouw?
Voor zeer getalenteerde kinderen is het van wezenlijk belang om op deze vragen antwoord te krijgen. Ik pleit dan ook sterk voor onderwijs in het ontdekken van je talenten. Goed omgaan met je talenten is voor kinderen van groot belang. Veel ouders en leerkrachten zijn geneigd om te ‘bepalen’ wat het talent van een kind is. Maar wat zou het waardevol zijn als ze zouden faciliteren dat het kind dit zelf kan ontdekken en bepalen!

Om een antwoord op bovenstaande vragen te krijgen is inderdaad, zoals Jackson Brown jr. zegt, een bepaalde mate van discipline nodig. Zelfdiscipline, in denken en in doen. Om je talenten te benutten is het nodig om niet alleen talentvol te zíjn, maar je ook talentvol te gedragen. Discipline is daar een wezenlijk onderdeel van. Door zelfdiscipline kun je groeien. Jezelf verbeteren. Veranderen. Je kunt denkgewoonten aanleren, zoals beschreven in Habits of Mind (across the curriculum, Costa) of in De 7 eigenschappen van Happy Kids (Covey). Discipline heeft te maken met doorzetten, plannen, structureren. En met een einddoel.

De taak van opvoeders en onderwijzers is dus de kinderen te leren om die poten dezelfde richting op te krijgen, richting dat einddoel. De poten die niet in de richting van het einddoel werken, die moeten ze maar even opgetrokken houden. Misschien komen die later nog eens van pas.

8 jul. 2014

Wie wil leren vliegen, heeft tegenwind nodig!

Bij hoogbegaafden is het niet altijd vanzelfsprekend dat er voldoende tegenwind is om goed te leren vliegen. Maar wat als je niet eens weet dat je zou kúnnen vliegen? Het volgende Afrikaanse verhaal over de adelaar en de kippen vind ik prachtig en illustratief:

In een vreselijke storm werd een piepjong adelaarskuiken uit zijn nest geblazen. Het zweefde en tuimelde door de lucht, en kwam vanaf de hoge berg bijna in het dal terecht. Een klein jongetje vond het kuikentje, trillend en kletsnat. Hij nam het mee naar zijn boerderij in het dal. Hij voedde het kuiken, verzorgde het en toen het sterk genoeg was, liet hij het rondlopen bij de kippen op het erf. Na een week was het kuikentje volledig hersteld. Het rende vrolijk rond met de kippen, het at met de kippen en speelde met de andere kippen.

Na die week pakte het jongetje het beestje op in zijn beide handen, hield het in de lucht, en zei: “Jij bent een adelaar. Vlieg!” De adelaar keek verschrikt en riep: “Nee, nee! Zet me vlug op de grond, bij de kippen!” Het jongetje liet haar neer en ze speelde verder met de kippen.

Een maand later pakte het jongetje de adelaar weer op, nam haar naar het dak van het huis, en riep: “Kom, je bent geen kip. Je bent een adelaar! Vlieg!” Maar de adelaar was vreselijk bang en riep dat ze bij de kippen wilde blijven. Het jongetje zette haar tenslotte neer op de grond.

Een jaar later was de adelaar enorm gegroeid. En het jongetje ook. Hij pakte de adelaar op en nam haar mee naar de bergtop. Met zijn beide handen vouwde hij voorzichtig haar vleugels een beetje uit en tilde de adelaar hoog richting de zon. “Vlieg!”, fluisterde hij, “vlieg!”. Maar de adelaar was opnieuw vreselijk bang en ze weigerde opnieuw in alle toonaarden.

Maar, terwijl ze daar op die bergtop stonden, kwam er een windvlaag onder de veren van de adelaar. En terwijl ze omhoog geblazen werd, strekte ze haar vleugels verder uit. Ze leunde op de wind. Vervolgens bewoog ze haar vleugels. En ze vloog! Ze vloog zo hoog als ze kon. Zo ver als ze kon. Het gevoel was magisch. De adelaar keek nooit meer achterom. Ze was een ADELAAR!

Heel wat hoogbegaafden zijn als deze adelaar. Ze hebben geen idee wat ze allemaal kunnen, omdat ze nooit hebben geleerd om hun talenten te gebruiken. Sterker nog, ze hebben soms geen idee wat hun talenten zijn, omdat ze (bijvoorbeeld op school) te weinig gestimuleerd worden om deze te ontdekken.

De ouders en de leraren zijn het jongetje uit dit verhaal. Zij zijn degenen die de juiste bergtop moeten uitzoeken. Zij zullen moeten inzien wat het kind nodig heeft om zijn talenten te laten vliegen. Ook moeten zij kijken of er tegenwind staat. Want zonder flinke tegenwind, zal een kind niet kunnen opstijgen. Maar het allerbelangrijkste wat deze ‘jongetjes’ moeten doen: geloven in de talenten van de adelaar!

Deze column verscheen in juni 2014 in het magazine Gifted van 248 Media

Lonneke Snijder is hoogbegaafdheidsdeskundige in haar bedrijf Start Voor Talent. Ze begeleidt en adviseert ouders, scholen en peuterorganisaties rondom hoogbegaafdheid.

12 mei 2014

7 eisen waar leerstof van hoogbegaafde kinderen aan moet voldoen

Veel leerkrachten willen hoogbegaafde kinderen best ander werk geven. Maar het moet beter voor de leerkracht niet te veel werk opleveren. En wat is nou geschikt materiaal? Vaak is er een discrepantie tussen wat de leerling écht nodig heeft, en wat de leerkracht kan aanbieden. Daardoor is geen van beiden écht tevreden.

De meeste leerkrachten zullen een hoogbegaafde leerling écht willen helpen. Maar doordat ze niet heel goed weten wat nou precies goed werk is voor een hoogbegaafde leerling, en ze veel verschillen in de klas moeten bedienen, eindigt het soms toch in half-half werk.

Daarom geef ik hieronder 7 eisen waaraan leerstof moet voldoen, zodat een hoogbegaafd kind er ook écht iets aan heeft:

  1. De leerling moet interesse hebben in de leerstof. Motivatie is voor elke kind belangrijk. Ook voor een hoogbegaafd kind. Dit klinkt heel logisch, maar ik zie regelmatig dat een kind bijv. Chinees moet leren terwijl het geïnteresseerd is in geologie.
  2. Zorg voor opdrachten die de leerling op een zelfstandige, onderzoekende manier kan uitvoeren. Deze manier van werken past het best bij een hoogbegaafde leerling. Wat niet betekent dat hij/zij alles maar zelf moet uitzoeken. Ook hoogbegaafde kinderen hebben goede begeleiding nodig om zich te ontwikkelen!
  3. Zorg ook voor opdrachten die de leerling samen met andere hoogbegaafde leerlingen kan maken. Een plusklas is hiervoor ideaal. Zorg er in ieder geval voor dat deze leerling niet telkens alleen op de gang hoeft te werken. Helaas zie ik dit nog te vaak gebeuren.
  4. Geef opdrachten die passen bij het ontwikkelingsniveau van de leerling. Zorg dat er moeilijke opdrachten tussen zitten, waar de leerling veel moeite voor moet doen!
  5. Verrijking is substantieel andere lesstof dan het reguliere pluswerk. Dit laatste is nog te simpel voor een hoogbegaafde leerling. Zorg voor taken die een beroep doen op complex, creatief en snel denken. Ken je de taxonomie van Bloom al?
  6. Verrijking (of verbreding) moet verplicht zijn voor deze leerling. Er moet daarom in zijn curriculum tijd vrijgemaakt worden om aan deze taken te werken. Dit kan door het gewone werk te compacten. Een hoogbegaafd kind heeft vaak aan 20 tot 50% van de gewone lesstof al voldoende.
  7. Aan de verplichte taken moeten (flinke) eisen gesteld worden. Het niveau moet niet vrijblijvend zijn. Geef dus vooraf duidelijk de leerdoelen en verwachtingen van de taak aan. En beoordeel het werk achteraf, geef serieuze feedback. Het werk moet beoordeeld worden op het niveau van de leerling. Zelfs in het rapport moet dit terug komen.
Dit zijn de 7 belangrijkste eisen. Natuurlijk zijn er nog wel meer dingen waarmee je rekening moet houden als je een leerling verrijkingswerk geeft. Wil je daar meer van weten? Of heb je nog vragen hoe je deze hoogbegaafde leerling kunt helpen? Neem dan met mij contact op. Ik help scholen met vragen bij individuele kinderen of met het opzetten van een doorgaand beleid rondom hoogbegaafdheid.

11 mrt. 2014

Video over hogere orde-denkvaardigheden


Onderstaande video gaat over de verschillende niveaus in denkvaardigheden.

Door binnen je lessen opdrachten aan te bieden uit de hogere orde van denkvaardigheden, kom je tegemoet aan de leerbehoeftes van slimme en hoogbegaafde leerlingen.

Klik hier om de video te bekijken

30 jan. 2014

Verschillende leeftijden in één kind

Rik (5) heeft een grote ontwikkelingsvoorsprong. Hij wordt graag voorgelezen uit superspannende griezelboeken voor kinderen van zo'n 8/9 jaar. Hoe spannender hoe beter! Maar dan...als het licht uit gaat en hij moet gaan slapen, wordt hij bang. Doodsbang dat de vampiers zijn kamer in zullen sluipen en de draken het huis afbranden. Op dat moment is hij echt een kleuter van 5 die het onderscheid tussen werkelijkheid en fictie nog niet kan maken...

Bij Rik is er sprake van een a-synchrone ontwikkeling. Zijn cognitieve ontwikkeling gaat als een speer. Zijn grofmotorische ontwikkeling is ook echt ver bovengemiddeld. Maar op de andere gebieden is hij nog een echte kleuter. Zijn fijn-motorische ontwikkeling is leeftijdsadequaat. En ook zit hij nog volop in de egocentrische kleuterfase. Onterecht wordt zijn sociale ontwikkeling (en emotioneel ook) wel eens aangemerkt als een achterstand. Maar dit is dus onterecht. Die loopt niet achter, maar is leeftijdadequaat. En dat is niet altijd passend bij de cognitieve ontwikkeling. Dat geeft soms een vertekend beeld.

Deze a-synchrone ontwikkeling komt veel voor bij hoogbegaafde kinderen. Hoe hoger het IQ, hoe groter het verschil kan zijn tussen de verschillende ontwikkelingsgebieden. Leerkrachten en ouders zien daardoor meerdere leeftijden in één kind. Dat is verwarrend, voor zowel de omgeving als voor het kind. Een leerkracht typeerde het eens: "Lisa (7) heeft de cognitieve mogelijkheden van een kind van 10, de fijnmotorische vaardigheden van een kind van 6 en de sociale ontwikkeling van een kind van 8."

Kwetsbaar

Dit maakt Lisa, en vergelijkbare kinderen, erg kwetsbaar. Het is verwarrend voor hun zelfbeeld om te zien dat ze zo anders in elkaar steken dan de meeste kinderen uit hun klas. En soms is het ronduit frustererend, want stel je maar eens voor dat je hersens allerlei mooie plannen en verhalen hebben, maar dat je fysiek (nog) niet in staat bent om deze op papier te krijgen!

Hoogbegaafde kinderen kunnen zich erg bewust zijn van dit a-synchrone. Ze voelen dat er 'iets niet klopt'. Het is daarom belangrijk om zo'n kind uit te leggen hoe dit bij hem/haar werkt, zodat ze hun onbehagen hierover niet aan andere dingen toeschrijven (zoals 'Ik ben niet goed genoeg', 'Andere kinderen vinden mij raar', etc). Hier ligt heel duidelijk een taak voor ouders en leerkrachten.

Wat doen?

Als je bovenstaande omschrijving herkent, probeer dan in kaart te brengen wat de mogelijkheden van het kind zijn. Probeer daar aanpassingen voor te maken. Zeker als het kind gaat versnellen. Deze a-synchrone ontwikkeling hoeft geen belemmering te zijn om te versnellen. Wel zal er rekening mee moeten worden gehouden in de hogere groep.

Door eenvoudige aanpassingen
voorkom je veel frustratie bij het kind.

Bart van 5 met een leeftijdsadequate schrijfmotoriek, gaat naar groep 4. Hij zal nog wat langer in blokletters mogen blijven schrijven in die hogere groep. Tevens krijgt hij van een fysiotherapeut extra oefening om de fijne motoriek verder te ontwikkelen.
Jennifer van 8 met leeftijdsadequate motoriek gaat voor de 2e keer versnellen omdat ze cognitief geen uitdaging vindt. Zij zal misschien aanpassingen nodig hebben in de gymles. Ze zal bijv. over minder hoge kasten kunnen springen en minder snel zijn met sprinten.

Ook is er begrip nodig voor de emotionele uitingen van een kind dat zich a-synchroon ontwikkelt. Rik heeft een vrij laag zelfbeeld door alle spanningen die hij ervaart. Hij ervaart dagelijks frustraties dat hij dingen wil of begrijpt, maar ze nog niet kan uitvoeren of ze soms nog niet mag omdat hij 'daar te jong voor is'. Daarbij is Rik, net als veel andere hoogbegaafden, een heel gevoelig en intens kind. Daardoor knallen zijn emoties soms bijna letterlijk uit zijn kop. Hij schreeuwt dan of reageert agressief. Andere kinderen internaliseren deze gevoelens van onbehagen en raken depressief of ontwikkelen fysieke klachten als buikijn, hoofdpijn, eczeem, etc.

Aan Riks moeder vertelden de juffen dan dat Rik sociaal-emotioneel gezien nog wel veel te leren had. Dat hij daar een achterstand had. Maar dat was niet het geval. Met een beetje mee begrip voor de verwarring die Rik elke dag meemaakt, zou hij al enorm geholpen zijn.


Wil je reageren of iets vertellen over a-synchrone ontwikkeling? Ik zou het heel leuk vinden als je hieronder een berichtje achter laat!

Wil je meer weten, of een afspraak maken voor begeleiding? Klik dan hier.

7 jan. 2014

Workshop Mindset op 29 januari en 6 februari

Klik op de afbeelding voor een vergroting. Of anders op deze link.
 
EDIT: de workshop op 29 januari zit vol. Daarom is er een extra avond ingepland op
Donderdag 6 februari.
Wil je zeker zijn van een plekje? Meld je dan nu aan via info@lonnekesnijder.nl